Overleggen met dokters, waarom is dat soms zo lastig?

Iedere zorgprofessional overlegt met artsen. Dat is logisch; zij zijn eindverantwoordelijk voor het beleid. Veel vragen van patiënten lopen via de assistente of de verpleegkundige of de triagist.
En toch wordt het overleg met artsen nog wel eens als lastig ervaren. Dat heeft verschillende oorzaken.

1. De drukbezette arts. Artsen werken vaak met een vol en krap schema. Elke minuut lijkt gevuld. Als je weet dat iemand het altijd heel druk heeft, dan is de drempel om diegene te bellen gevoelsmatig hoger. Je hebt veel sneller het gevoel dat je diegene stoort met jouw vragen.
2. Verschil van communicatiestijl. Jij wilt graag volledig zijn en het hele verhaal vertellen. De arts reageert kortaf en onderbreekt je steeds met vragen. Daardoor word je gehaast en ga je sneller praten. Verschil van stijl in communiceren is een van de grootste oorzaken van wederzijdse irritatie. De een wil snel tot he point, de ander heeft behoefte aan een uitgebreide inleiding. En dat maakt het overleg niet gemakkelijker.
3. Timing. Je weet van te voren nooit of het echt uitkomt om te overleggen. Soms komt het gewoon niet uit, maar moet het wel en dat heeft altijd effect op de kwaliteit van het overleg
4. Eerdere slechte ervaring met de betreffende arts. Misschien had die een keer z’n dag niet toen je belde met een vraag. Of misschien is de arts gewoon niet zo makkelijk in de omgang.
Een negatieve ervaring verhoogt de drempel om contact te zoeken.

En zo kan ik nog wel even doorgaan met het opsommen van oorzaken die in de omstandigheden of in de relatie liggen.

Zo is ‘ie nu eenmaal

Vaak zeggen deelnemers in trainingen dan: ‘Ja, zo is die arts nu eenmaal, die verander je niet’. Communicatie komt altijd van twee kanten. Als je een reactie krijgt die je niet bevalt dan heb jij daar zelf deels aan bijgedragen. Gedrag roept altijd gedrag op.
Bijvoorbeeld: als jij aarzelend een overleg begint met een arts die snel to the point wil komen, dan kun je verwachten dat dit overleg niet soepel verloopt. Het goede nieuws is dat als jij het overleg anders aanvliegt, de kans groter is dat het beter gaat.

Iedereen die in de zorg werkt weet waarvoor die het doet: het geven van goede, veilige zorg.
En het blijkt dat aan het overleg tussen artsen en assistenten, verpleegkundigen, triagisten, er iets mankeert waardoor er met de zorg iets mis gaat. Niet alleen door miscommunicatie, maar vooral door slechte communicatie.
Hierbij moet je denken aan het missen van informatie, elkaar geen vragen stellen, slecht luisteren, elkaar niet durven corrigeren, het effect van aannames en oordelen.

Wat helpt?

Blijf rustig en hou het professioneel.
Begin het overleg met jouw vraag aan de arts. Wat wil je overleggen?
Hou je bij de feiten en kleur je overleg niet in met jouw oordeel over het contact dat je met de patiënt had. Hierdoor beïnvloed je onwillekeurig de arts en die kan dan niet meer zonder oordeel luisteren.
Hou de regie in het gesprek. Welke informatie heb jij van de arts nodig? Ook artsen kunnen uitvoeriger antwoorden dan nodig is. Je kunt zomaar op een mini klinische les getrakteerd worden. Dus hou de regie en stuur het gesprek bij als het teveel afwijkt van wat er nodig is om die goede en veilige zorg te kunnen bieden.

Goede communicatie vraagt om goede gespreksvaardigheden, zelfkennis en de bereidheid om het eens anders te doen. Want als jij het overleg anders start, krijg je ook een andere reactie. Ga voor goed overleg. Dat werkt lekker én veilig.

Regelmatig geef ik trainingen en scholing in communicatie waarin overleg ook aan bod komt.

Wist je dat alle communicatietrainingen ook online georganiseerd kunnen worden?

Neem vrijblijvend contact op en ik vertel je alle mogelijkheden.