Waarom je achteraf pas weet wat je toen had willen zeggen

Ken je dat? Een patiënt komt met het stoom uit de oren naar de balie en eist dat ‘ie NU geholpen wil worden. Of de familie van een cliënt belt je en overspoelt je met verwijten over alles wat er mis gaat in hun ogen. Of de specialist komt op hoge poten de afdeling op en verwacht directe actie van jou.

Vervelende situaties die kennelijk ook bij het werk horen.

Wat is het toch naar om overvallen te worden door dit gedrag. Het gebeurt altijd onverwacht, je bent er nooit op voorbereid. En dat maakt dat je ook nooit van te voren kunt bedenken hoe je moet reageren. Verschillende trainingen ten spijt, hoeveel blogs met tips over omgaan met agressie je ook leest. Eisend gedrag, agressie, vervelende passief assertieve opmerkingen zijn altijd een klap in je gezicht.
En als je er over praat met collega’s krijg je vaak goed bedoelde raad. “Weet je wat je de volgende keer moet doen…?”
Of je partner spreekt je bemoedigend toe: ‘laat niet zo over je heen lopen’
Of, nog erger: je collega vertelt je opgewekt dat zij daar nooit last van heeft. Dat het haar niet zal gebeuren dat iemand haar schoffeert. Tja. Achteraf is alles makkelijker.

Vechten, bevriezen, vluchten: het is een reactie van je oerbrein

We kennen allemaal het plaatje van een holbewoner die op 3 manieren reageert als ‘ie wordt aangevallen door een sabeltandtijger: hij vecht, hij vlucht of hij bevriest.
Deze reactie is een typische stressreactie op een situatie met een bedreiging. En je kunt het gedrag ook vergelijken met jouw eigen reactie. Je vecht: en dan dien je de aanvaller direct van repliek.
Je vlucht: en dan zeg je dat je er ook niks aan kan doen, dat de regels nu eenmaal zijn zoals ze zijn in de organisatie en dat jij die ook niet hebt bedacht. Of je bevriest en dan sta je met de mond vol tanden. Dit is een veelvoorkomende en dus hele normale reactie. Je brein doet dat voor jou. Het is een beschermingsmechanisme. En ja, als je er later aan terug denkt als je weer in veiligheid bent, dan ben je ook weer in staat om helder na te denken en een weloverwogen reactie te geven. Maar dan is het dus al gebeurd.

Wat kun je dan wel doen?

Juist omdat je er naderhand helder over na kunt denken kun je besluiten om op de situatie terug te komen. Om als alle emoties zijn gezakt het gesprek aan te gaan met degene die zo uit zijn of haar slof is geschoten. Dat is één mogelijkheid.
Je kunt ook besluiten om het te laten zitten, begrip te hebben voor de situatie van de ander. Bijvoorbeeld wanneer een dierbare van een patiënt de angst en frustratie op jou afreageert. Niet leuk, wel begrijpelijk en jij overleeft het wel. Het is dan wel belangrijk dat je het ook echt loslaat en er niet nog nachten over wakker ligt.
En je kunt er eens met je collega’s over praten. Hoe ervaren zij het eisende gedrag van patiënten? Wat is hun strategie? Kun je op elkaars steun rekenen wanneer het een van jullie een volgende keer overkomt?

Heeft een training omgaan met agressie/ eisend gedrag dan geen zin?

Zeker hebben deze trainingen zin. Al is het maar dat het heel waardevol is om te oefenen met een goede rollenspelacteur. In de training leer je de reacties van het brein op stressvolle situaties. Je ontdekt jouw persoonlijke reactie (we zijn allemaal verschillend)
En je oefent in een veilige setting om wel in het moment te reageren. Hoe meer je oefent hoe beter je brein is voorbereid op de volgende keer, hoe minder je het risico loopt om achteraf te bedenken wat je toen eigenlijk had willen doen.

Wil je meer informatie over deze trainingen? Neem contact op. Ik denk graag met je mee.