Overslaan naar de hoofd content

Margreet Ridder

In drie stappen naar een klacht

In drie stappen naar een klacht

Een minicursus “Klacht uitlokken’

Een klacht krijgen van een patiënt of cliënt; daar zit natuurlijk niemand op te wachten. Dat is misschien wel een van de meest vervelende dingen die je als zorgprofessional kunt meemaken. In trainingen hoor ik deelnemers over situaties van jaren geleden praten, soms met de tranen in de ogen. Een klacht raakt je persoonlijk, het tast je aan in je beroepseer. Een klacht wil je het liefst voorkomen. Toch werken veel zorgprofessional onbewust met hun gedrag klachten in de hand.

In 3 stappen naar de klacht

De meeste klachten van patiënten over zorgprofessionals, gaan over bejegening of over miscommunicatie. Een opmerking die verkeerd valt, die van kwaad tot erger gaat, en uiteindelijk eindig je met een klacht aan je broek.

Als je weet hoe je jezelf snel aan een klacht helpt, weet je ook hoe dit kunt voorkomen. Daarom laat ik je zien hoe je jezelf in drie stappen effectief naar een klacht manoeuvreert, terwijl je eigenlijk je best doet om gewoon je werk te doen.

Stap 1: Ga meteen in de verdediging

De meeste klachten van patiënten over zorgprofessionals, gaan over bejegening of over miscommunicatie. Een opmerking die verkeerd valt, die van kwaad tot erger gaat, en uiteindelijk eindig je met een klacht aan je broek. Als je weet hoe je jezelf snel aan een klacht helpt, weet je ook hoe dit kunt voorkomen. Daarom laat ik je zien hoe je jezelf in drie stappen effectief naar een klacht manoeuvreert, terwijl je eigenlijk je best doet om gewoon je werk te doen. Je kent vast wel de momenten dat een patiënt of diens familie op (licht)aanvallende wijze het gesprek opent. Bijvoorbeeld: ‘zo, lekker koffie gedronken? Ik zit al een half uur op je te wachten’.

 

Om een klacht uit te lokken is het belangrijk om meteen in de verdediging te schieten. Gewoon even uitleggen dat jij recht hebt op pauze. Je kunt er ook bij vertellen dat je niet alleen maar koffie hebt gedronken; je hebt uiteraard ook de tijd benut om met je collega’s te overleggen. Dus eigenlijk heb je niet eens pauze gehad, je bent gewoon continue aan het werk geweest.

Stap 2: Ga de discussie aan

Je bent goed op weg. De patiënt gaat met je in discussie. Die zegt bijvoorbeeld: ‘Ja, maar ik zat te wachten. En het duurde wel heel lang voordat je kwam’. En nu geef ik je graag de gouden tip: Begin vooral zelf ook met: Ja maar!

‘Ja, maar ik was bezig bij een andere patiënt. Ja, maar dan had u even moeten bellen’. Etc. Je kent die teksten wel.

Daarbij moet je even flink volhouden. Maar als je iemand tegenover je hebt die dit ook goed kan, ga je die klacht vast binnen halen.

Stap 3: Verwacht begrip van de ander

Wil je zeker weten dat er een klacht komt? Dan moet je begrip verwachten van de ander. Jij hebt het immers heel druk. En waarschijnlijk heb je te kampen met onderbezetting omdat je collega ziek is. Dat is allemaal belangrijke informatie die je echt aan de patiënt moet vertellen. Dan weet de patiënt waarom het niet loopt zoals het eigenlijk zou moeten, toch? Eigenlijk kun jij er niks aan doen en dat mag de patiënt best weten. En om het voor de ander echt duidelijk te maken dat jij je werk heel serieus neemt, vertel er vooral bij dat je druk bent met de zorg van andere patiënten die op dit moment heel ziek zijn.

Als je bovenstaande stappen volgt, gaat het je vast lukken om een keer een klacht binnen te halen

Wil je geen klacht? Wees professioneel wanneer een patiënt zijn/haar ongenoegen uit. Ga het gesprek aan en niet de discussie. Een gesprek kenmerkt zich doordat een van beiden gerichte vragen stelt waar de ander antwoord op geeft. Merk je ongenoegen bij de patiënt? Vraag er naar en wees oprecht benieuwd naar het antwoord. Je hoeft niet direct een oplossing te vinden, alleen het gesprek is vaak genoeg om misverstanden, ongenoegen of wat dan ook uit de weg te ruimen. En dat levert je vaak begrip op van de patiënt.

Ben je nieuwsgierig naar wat ik voor jou kan doen?

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team.

Laat je niet wegzetten als een klein kind

Laat je niet wegzetten als een klein kind

7 tips om te dealen met dominant gedrag

‘Ik voel me soms net een klein kind dat in de hoek wordt gezet, wat een rotgevoel’. Anneke moet moeite doen om niet in tranen uit te barsten als ze vertelt over de arts waar ze mee werkt. Haar casus gaat over omgaan met dominant gedrag. ‘Maar ja’ besluit Anneke, ‘Hij is wel de arts en dus de baas’. Op mijn vraag of hij haar vader is, kijkt Anneke me niet begrijpend aan. Ik leg haar de theorie van de Transactionele Analyse uit.

Laat je niet wegzetten als een klein kind

Ouder- en kindrollen

Soms gebeurt het dat iemand zich door een arts of leidinggevende, ‘weggezet voelt als een klein kind’. Een vervelend gevoel dat invloed heeft op je energie en zelfvertrouwen en wat bovendien een goede werkrelatie in de weg zit. Wanneer er sprake is van zo’n gevoel van ongelijkheid spreekt men in de Transactionele Analyse van ouder- en kindrollen. Wanneer iemand zich dominant opstelt (ouderpositie) is het voor sommigen een natuurlijke reactie om zich ondergeschikt op te stellen (kindpositie) Maar je kunt alleen in deze positie gezet worden als je dat zelf toelaat!

Reflectie

Gelukkig is hier in bijna alle gevallen iets aan te doen. En dat begint bij jezelf. Ook al is het gedrag van de ander nog zo dominant en vervelend, de verandering begint bij jezelf, bij jouw eigen gedrag. Je maakt een goede start door inzicht te krijgen in je eigen overtuigingen. Zoals in het voorbeeld van Anneke. Zij ontdekt dat ze de overtuiging heeft dat de arts haar als een klein kind weg kan zetten omdat hij in de hiërarchie van de organisatie op een hogere positie staat. En Anneke is niet de enige die hiermee worstelt. Bijna alle zorgprofessionals die problemen hebben met dominant of autoritair gedrag van artsen, hebben de misvatting dat zij ook in gesprek op een lagere positie staan en dat is niet zo.

Andere taakverdeling

Wanneer het gaat om het nemen van beslissingen, het dragen van de (eind)verantwoording of het uitvoeren van bepaalde taken, is er sprake van een hiërarchische rolverdeling. Een doktersassistente heeft andere bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden dan een specialist of verpleegkundige. Je vult elkaar aan en werkt samen aan optimale kwaliteit van zorg. Hierbij zal de arts als eindverantwoordelijke, beslissingen nemen en orders geven. Dit hoort bij de hiërarchie van de organisatie.

Altijd gelijkwaardig in gesprek

Wanneer twee volwassen mensen met elkaar van gedachten wisselen is er nooit sprake van hiërarchie op basis van rol of opleiding. Een gesprek is een gesprek, hierin ben je altijd gelijkwaardig aan elkaar. Veel zorgprofessionals die worstelen met dominant gedrag, zetten zichzelf onbewust tijdens het gesprek al in een ongelijke positie. Hierdoor geef je de ander de ruimte om zich autoritair op te stellen. Door zelf vanuit gelijkwaardigheid te communiceren, wordt de ruimte voor dominant gedrag kleiner, jij laat je immers niet meer in de kindpositie zetten. Het levert de ander niets op om in de ouderpositie te gaan staan.

7 tips - Haal jezelf nu al uit de kindpositie

  • Observeer je eigen gedrag en overtuigingen. Zo ontdek je waar jij de ander de ruimte geeft voor het autoritaire gedrag en welke overtuiging hierin meespelen.
  • Observeer het gedrag van collega’s die geen last hebben van diegene waar jij wel last van hebt. Wat doen zij anders dan jij?
  • Verontschuldig je niet wanneer je bij een arts of leidinggevende de kamer binnen loopt. Als je stoort heb je daar een goede reden voor. Begin dus niet met ‘sorry’, maar zeg: ‘Ik stoor je even omdat…’
  • Spreek doelgericht en formuleer helder en kort. Veel artsen willen feiten en niet een heel verhaal. Zorg dat je alle nodige informatie bij de hand hebt.
  • Stel je niet vragend of afwachtend op, maar neem initiatief en wees niet bang om hierin af en toe teleurgesteld te worden.
  • Stel vragen, zeker wanneer je dingen niet begrijpt. Zo zorg je dat je altijd over de juiste informatie beschikt en dit kunt uitleggen aan derden. (bijvoorbeeld aan de patiënten)
  • Ga ervan uit dat jullie een gezamenlijk doel hebben: Goede zorg voor de patiënten.

Anneke mailt me een paar weken na de training. Ze schrijft: wat een verschil. Nu ik me niet meer weg laat zetten merk ik dat ik een veel beter contact heb met de betreffende arts. Het duurde even, maar ik heb veel minder last van het autoritaire gedrag. En ik heb het gevoel dat ik voor vol wordt aangezien, wat maakt dat ik mijn werk leuker vind.

Ben je nu nieuwsgierig naar wat ik voor jou kan betekenen?

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team.