Overslaan naar de hoofd content

Margreet Ridder

Vakmanschap

Vakmanschap

Plaatsvervangend trots op de verpleging

Ondanks dat ik zelf niet meer actief aan het bed sta, voel ik me nog altijd verpleegkundige. Het zit in je, het zit in je bloed, zoiets. Ik voel ook altijd trots op de zorg. Laatst moest mijn schoonmoeder geopereerd worden en ik ging mee naar de afspraken voor en na de opname. Het zou een grote operatie worden, niet zonder risico’s, en wat werd ze goed begeleid! Ik voelde me plaatsvervangend trots op de verpleging. Ze kreeg volledige aandacht, ze mocht alles vragen, en kreeg net zo lang tekst en uitleg tot ze alles begreep. Het was een pittige operatie, maar ze knapte heel snel op, en mocht na zes dagen het ziekenhuis verlaten.

Vakmanschap

Hoe anders waren de ervaringen van een goede vriendin van mij, wiens moeder na een val met een gebroken heup in het ziekenhuis terecht kwam. Haar moeder is dement; een recept voor problemen en miscommunicatie. Ze kwam zeer verward uit de operatie, moest in de onrustband, ze kreeg Haldol, wat weinig effect had en de familie werd langzaam maar zeker wanhopig. De moeder van mijn vriendin was een uitdaging voor de verpleging. Ze begreep niets van de situatie, ze was angstig, onrustig, ze wilde uit bed klimmen, ze was boos.

 

En ondanks de goede intentie van de verpleging, gingen er dingen fout. Ogenschijnlijk kleine dingen, die voor de familie een opeenstapeling van missers werden. Bijvoorbeeld de keer dat ze te lang op een postoel heeft gezeten. De zuster had gezegd dat ze koffie ging drinken, maar kwam niet meer terug.

Mijn vriendin was afwisselend boos, verdrietig, maar vooral bezorgd om haar moeder. Gelukkig zag ze nog altijd de goede intenties van de verpleging en prees ze de dingen die wel goed gingen. Maar haar argwaan groeide, ze hield alles nauwlettend in de gaten. Er volgde een gesprek met de teamleider waarin ze gelukkig goed gehoord is.

Bij het horen van haar ervaringen en frustraties merkte ik dat ik me soms plaatsvervangend geneerde. En uiteraard kon ik me het gevoel van machteloosheid van de verpleging ook heel goed voorstellen.

In de jaren dat ik op de afdeling Traumatologie werkte, hadden we heel vaak demente ouderen die na een val geopereerd moesten worden. Wat was het soms moeilijk om hen goed te verzorgen, om geduldig te blijven en de mens achter dat masker van verwardheid, onbegrip en onwil te blijven zien. Dan heb je elkaar als collega’s hard nodig.

Mijn vader die vroeger timmerman was, had een mooie metafoor over vakmanschap. Hij zei: ‘Iedereen kan een gladde plank glad schaven. Dat is niet moeilijk. Een plank waar geen knoesten, scheuren en gaten in zitten heb je binnen no time mooi glad. Daar is je vakmanschap niet bij nodig. Anders wordt het als je een plank met knoesten, gaten en scheuren in handen krijgt en dat moet zien te schaven tot een mooi stuk hout’.

Wil jij je vakmanschap nog meer verbeteren

Wil je meer weten over waar ik jou en jouw team bij kan helpen? Neem contact op en dan kom ik graag kennismaken!

Een goede vraag die je helpt als je nee wilt zeggen

Een goede vraag die je helpt als je nee wilt zeggen

Maar wat als je geen nee dúrft te zeggen

Onlangs werkte ik met een dierbare collega samen tijdens een training met regietheater. We spelen en werken al jaren samen en zijn dus ook goed op elkaar ingespeeld. Je zou denken dat we, omdat we elkaar ook goed kennen, geen verrassingen meer voor elkaar hebben. Maar dat is dus niet het geval. Mijn collega verraste me met een prachtige opmerking die ook zichtbaar effect had bij de deelnemers.
Durf nee te zeggen

Het ging over ‘nee zeggen’ en hoe lastig dat is als je als zorgprofessional graag anderen helpt

Alle argumenten kwamen langs. Ik wil de ander niet teleurstellen. Iemand vraagt om hulp, dan moet ik die toch bieden, etc. Ook de argumenten om wel nee te zeggen kwamen voorbij. Ik kan er eigenlijk niets meer bij hebben. Ik werk al meer dan goed voor me is, etc. En toen stelde mijn collega de volgende vraag: “Als je ja zegt op het verzoek dat aan je wordt gedaan, waar zeg je dan nee tegen?” Het was even stil. De deelnemer dacht na en zei toen: ‘Als ik ja zeg op het verzoek, dan zeg ik nee tegen een stapel administratie die ligt te wachten, maar die nodig weg moet. Ik zeg nee tegen een vrije avond waar ik erg naar heb uitgekeken. Ik zeg nee tegen mijn gezin in het weekend omdat ik weet dat ik dan zal overwerken’.

We kunnen geen twee dingen tegelijk doen. Echt niet.

Hoezeer multitasken een kwaliteit lijkt te zijn die vooral vrouwen wordt toegedicht, het is niet waar. Niemand kan multitasken. Waar we wel heel goed in zijn is switchtasken. We kunnen heel snel schakelen van de ene naar de andere taak.

Als je ja zegt op een verzoek, dan zeg je nee tegen iets wat je in die tijd had kunnen doen. We zijn geneigd om taken als administratie, mailen, telefoontjes etc. op te schuiven zodat er ruimte is om aan een zorgvraag te voldoen. Maar dat betekent heel vaak dat je langer doorwerkt, of dat je thuis nog je mail beantwoordt of dat je zelfs op je vrije dag terugkomt voor een belangrijk overleg. Door te bedenken waar je nee tegen zegt, als je aan een vraag wilt voldoen, kun je een goede afweging maken. Heel vaak is er wel een alternatief te vinden. Je hoeft niet meteen klaar te staan als iemand je iets vraagt. Je hoeft niet meteen in de oplossing te schieten.

Neem gerust even bedenktijd en maak de afweging: ‘Als ik hier ja op zeg, waar zeg ik dan nee tegen?’

Herkenbaar?

Goede communicatie is enorm belangrijk in de zorg. En hierin ben je niet zo snel uitgeleerd. Wil je meer weten over hoe ik jou of jouw team kan helpen?

Anneke en de kracht van kwetsbaarheid

De kracht van kwetsbaarheid

Anneke is een doorzetter, een stoere pleeg die heel hard kan werken

Als Anneke iets in haar hoofd heeft dan krijgt ze het voor elkaar. Nu ligt ze overhoop met haar leidinggevende. Het is geen knalruzie, het is een stilzwijgende oorlog. Stilzwijgende oorlogen zijn veel lastiger dan een flinke discussie die de lucht klaart. Deze stilzwijgende oorlog duurt al twee jaar. Iedere keer als Anneke iets wil bereiken in haar team, ligt haar leidinggevende dwars. Beetje bij beetje voelt Anneke de grond onder haar voeten vandaan glijden.

De kracht van kwetsbaarheid

Anneke solliciteert op functies die vrijkomen, maar ze wordt met vage redenen afgewezen, of ze wordt niet eens uitgenodigd voor het gesprek. Ze vraagt een scholing aan, en dat wordt niet toegekend. Uiteindelijk solliciteert Anneke naar banen buiten haar afdeling. Dan maar weg van de plek waar ze met hart en ziel werkt, alles om uit de buurt van de leidinggevende te komen.

Ik zeg keer op keer: ‘Ga met haar praten.’ Anneke kijkt me aan alsof ik gek ben. Praten?

Nee hoor, ze vertrouwt haar leidinggevende niet meer. Ze kijkt wel uit om zich voor de leeuwen te gooien. Bovendien weet ze al precies wat haar leidinggevende zal zeggen. Namelijk dat ze niet geschikt is, dat ze niet functioneert, dat ze haar mond moet houden enzovoort, enzovoort. Anneke ziet meer heil in vertrekken naar misschien wel een minder leuke baan, dan blijven in een onhoudbare situatie.

Ik doe nog een poging. “Vertel haar wat het met jou doet, dat je niet op gesprek mag voor een functie waar je wel de kwalificaties voor hebt. Vertel haar dat je je onzeker voelt, dat je je zorgen maakt over jullie samenwerking. Vertel het haar en vraag haar of ze dat herkent. Wat heb je te verliezen?’ Anneke luistert en zegt niets.

Kwetsbaarheid

We ontmoeten elkaar na zo’n anderhalf jaar toevallig weer

Het is leuk om haar weer te zien, en ze vertelt met dezelfde passie over haar werk in het team waar ze dus nog steeds werkt. “Dus je bent niet weggegaan?’ vraag ik. ‘Nee, joh, nog veel leuker. Ik heb een nieuwe functie, precies die ik wilde’, zegt Anneke blij. Ik feliciteer haar en vraag of ze een andere leidinggevende heeft. Waarop Anneke zegt: ‘Nee, ik ben met haar gaan praten. Nog bedankt voor je advies indertijd. Het heeft enorm de lucht geklaard. We hebben nu veel meer begrip voor elkaar’. Haar leidinggevende had haar persoonlijk op de vrijgekomen functie gewezen, waarbij ze vertelde dat ze had ingezien dat ze Anneke voorheen teveel op persoonlijke gronden had beoordeeld, waardoor ze geen oog had gehad voor haar kwaliteiten.
Het klinkt eenvoudig, als ik Anneke’s verhaal hoor. Het enige wat ze hoefde te doen was over haar eigen schaduw kijken, de moed vatten om het gesprek met haar leidinggevende aan te gaan. Maar zo eenvoudig was het natuurlijk niet. Anneke zei: ‘Het koste me twee jaar om me kwetsbaar te durven opstellen. Het was heel spannend, maar ik ben zo blij dat ik het gedaan heb. Er zit kracht in kwetsbaarheid’.

Wat kun je doen wanneer je moeite hebt met het gedrag van een collega, of je leidinggevende?

1.Benoem altijd je gevoel! Zeg de ander wat het met jou doet. Lig je ervan wakker? Vertel dit. Maak je je zorgen? Zeg het en gebruik hiervoor de ik-boodschap. Dus praat vanuit jezelf, jouw gevoelens.

2.Stel vragen. Vraag de ander of het klopt wat jij benoemt? Bijvoorbeeld: “Ik heb het gevoel dat jij mij niet geschikt vindt voor zus of zo functie, klopt dat?” En wees oprecht benieuwd naar het antwoord van de ander. Het ergste wat je kan overkomen is dat de ander jouw gevoel bevestigd, maar dan weet je tenminste wel waar je aan toe bent.

3.Maak afspraken over jullie samenwerking. Botsende karakters zijn vaak de oorzaak van stilzwijgende oorlogen. Als je weet hoe de ander graag benaderd wil worden, kun je daar rekening mee houden. En dat geldt ook andersom zo. Wees eerlijk, vriendelijk en duidelijk. Daar kom je het verst mee.

Meer lezen over kwetsbaarheid? Brenė Brown schreef het boek: ‘de Kracht van Kwetsbaarheid’. Een echte aanrader! En er is een heel mooie TED talk over kwetsbaarheid van Brene Brown op youtube.

Weet jij het soms ook even niet meer?

Goede communicatie is enorm belangrijk in de zorg. En hierin ben je niet zo snel uitgeleerd. Wil je meer weten over hoe ik jou of jouw team kan helpen?

Aandacht als luxe artikel

Aandacht als luxe artikel

Mijn moeder belt me op: ‘kom je me even ophalen?

‘Ik zit met Annie bij de spoedpost van het ziekenhuis’.

Annie is een vriendin van mijn moeder, ze is alleenstaand, 81 jaar en heeft onlangs een nieuwe heup gekregen. Ter revalidatie logeert zij een paar weken in een verzorgingstehuis, maar nu had ze ook last van haar maag gekregen. Na vier dagen tobben is zij met de ambulance naar de spoedpost gebracht. Mijn moeder ging met haar mee, en nu zaten ze samen uren te wachten. Op de gang van de spoedpost. Want er was geen traumakamer beschikbaar. Daar hadden de dames alle begrip voor, ook al was het wel wat raar om uren langs de wand van een gang te zitten en liggen. Ze keken naar het voorbij rennen van verpleegkundigen en artsen.

Aandacht luxe

Toen ik binnenkwam, waren ze net naar een lege traumakamer overgebracht. Vanaf daar zouden ze wachten op een plekje op de afdeling. Even rust en ze kregen ze iets te eten. Twee kleffe witte boterhammen, met een kopje automatenkoffie. Ik vond het er niet aantrekkelijk uitzien, maar de beide dames genoten van de maaltijd. Niet zo gek, na 3 uur wachten, voorafgegaan door de schrik van de acute opname, het ambulanceritje en alle zenuwen.

 

De vrijwilligster die mij ook koffie aanbood, was bijna net zo oud als mijn moeder, en erg aardig. ‘Gelukkig dat zij er is’, zei Annie, ‘anders hadden we nooit iets te eten gekregen’. Terwijl we wachtten, luisterde ik naar de observaties van de beide dames. ‘Ze hebben het zo druk hier. Ze vliegen door de gang. En wat zijn ze jong he.’

 

Mijn moeder vertelt met enige pret over de zuster die bij tijd en wijle langs vliegt om bloed te prikken, een ECG te maken en wat al niet meer‘Daar valt niet mee te spotten hoor. Als het ziekenhuis instort zorgt zij dat de boel toch blijft draaien’, zegt mijn moeder. ‘Ze kwam net zeggen dat Annie naar de afdeling mag, maar ze gaat eerst eten, voordat ze Annie kan overdragen’.

 

De tijd tikt verder, we wachten. Dan komen twee verpleegkundigen de kamer op. Ze hebben een rolstoel bij zich, tijd om naar de afdeling te gaan.

 

Ik kijk naar de scène die zich nu afspeelt. De spoedzuster, (waar je inderdaad niet mee kan spotten), neemt luid en duidelijk de regie. Zonder iemand van ons aan te kijken, pakt ze de arm van Annie, waardoor ze duidelijk maakt dat Annie moet opstaan, en in de rolstoel moet plaatsnemen. Ondertussen draagt ze over aan haar collega. “MEVROUW HEEFT EEN BOTERHAMMETJE GEGETEN, MORGEN KRIJGT ZE DE GASTRO”, schalt het door de kamer en waarschijnlijk ook over de gang. De afdelingszuster geeft ons ondertussen een hand, waarbij ze zich voorstelt. Haar naam gaat verloren in de luide overdracht van de spoedzuster.

 

Na het lange, lange wachten wordt er nu tempo verwacht. Mijn moeder springt zo ongeveer in de houding, ze graait snel de tas van Annie en haar eigen spullen bij elkaar. Ook Annie wordt subtiel tot spoed gemaand, maar dat gaat langs haar heen. Op gemak fatsoeneert ze haar kleding voordat zij plaatsneemt in de rolstoel. En waarom zou ze de signalen oppakken als er ondertussen over haar gesproken wordt, en niet met haar.

 

‘Staat íe op de rem?’ vraagt ze. Geen antwoord, ze gaat toch maar in de rolstoel zitten. Ik gris haar jas van een haakje en we rennen achter de afdelingszuster aan, die nog steeds in gesprek is met de spoedzuster. Het overdragen is overgegaan in collegiaal gebabbel. ‘Zit jij alweer in de nachtdienst?’ Nee, collega is vorige week vrij geweest, ze hebben elkaar al een aantal weken niet gezien. Zonder afscheid te nemen, beent de spoedzuster de gang weer op. Een zekere rust komt over ons terwijl we richting de afdeling lopen.

 

Zodra we op de zaal komen maakt de rust plaats voor handelen van de zuster. Computer opstarten, bloeddruk meten, saturatie meten. Alles gaat snel, zonder ook maar enige tekst en uitleg krijgt Annie de bloeddrukband om haar arm, het saturatiemetertje op haar vinger. Mijn moeder en ik voelen ons een beetje ongemakkelijk, we zijn teveel in deze kamer, en besluiten dat we beter kunnen gaan. Dat mag pas als mijn moeder haar gegevens heeft achtergelaten. Die moeten in de computer die maar niet wil opstarten.

 

De band van de bloeddrukmeter knijpt stevig in de arm van Annie. Ondertussen zoeken mijn moeder en ik naar een handige plek voor de wandelkruk van Annie, voor als ze naar het toilet moet. ‘Dat kleine stukje kan ik wel zonder kruk lopen’ zegt ze dapper. De zuster reageert dat er op de kamer zelf geen toilet is. In hoog tempo legt ze uit waar het toilet is. Annie knikt, enigszins verbaasd over het ontbreken van het toilet. Ik vraag me af of ze de routebeschrijving kan volgen, ondertussen gaat de band om haar arm weer in de knijpstand.

 

De medische zorg voor Annie is uitstekend. Haar lichaam krijgt de zorg die het nodig heeft. Alleen zijzelf schiet een beetje te kort. Geen tijd voor een praatje, geen tijd voor een belangstellende vraag. Geen tijd voor aandacht. Annie berust er in, ze is het inmiddels wel gewend, ook in het verzorgingstehuis waar ze een paar weken revalideert, rent het zorgpersoneel, zonder echt contact, de kamer in en uit.

 

Begrijp me goed, ik verwijt de twee zusters uit dit verhaal niets. De zorg is de laatste jaren dusdanig uitgekleed dat alleen handelen in hoog tempo nog mogelijk lijkt. Ik zie ook dat de twee jonge zusters proberen te overleven in de waan van de dag. Wellicht dat zij uit zelfbescherming geen oog meer hebben voor de mens Annie en alle andere patiënten waar ze voor zorgen.

 

Waar ik me zorgen over maak is wat er zal gebeuren als we dit normaal gaan vinden. En zo ver zijn we bijna. Aandacht, contact, zachtheid, het zijn die dingen die het werken in de zorg mooi maken en die waarde toevoegen aan de kwaliteit van onze zorg. Laat dit alsjeblieft geen luxeartikel worden.

Heeft jouw team wat aandacht nodig?

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team.

Wat was ook alweer de bedoeling?

Wat was ook alweer de bedoeling?

Fietsvakantie

Niet zo lang geleden vertelde iemand me een mooi verhaal over zijn zomervakantie en hoe hij en zijn vrouw iets belangrijks leerden toen de vakantie in het water dreigde te vallen. Jacques en zijn vrouw Willeke hadden het plan opgevat om op fietsvakantie te gaan. Het leek hen heerlijk om elke dag door mooi landschap te fietsen, genietend van de omgeving, de wind door de haren, het zonnetje. Ze zagen het helemaal voor zich.

Wat was de bedoeling

Toen de betreffende vakantie aanbrak vertrokken ze met hun fietsen richting het zuiden. Alleen, het weer zat enorm tegen. In plaats van dat mooie zonnetje, regende het elke dag uren achter elkaar. Het was koud en ze hadden heel vaak tegenwind.

 

Op de vierde dag van hun vakantie waren ze allebei moe, nat, koud en flink chagrijnig. Was dit die mooie vakantie waar ze zo naar uit hadden gekeken? Ze besloten om in ieder geval die avond in een hotel te overnachten in plaats van te kamperen in het kleine tentje dat ze meegenomen hadden.
In het hotel bespraken ze uitgebreid hun teleurstelling en frustratie. Wat een pech. De hele vakantie in het water gevallen. ‘We kunnen net zo goed naar huis gaan’ Ze zaten een poosje stil naast elkaar. Ineens zei Willeke: ‘Wat was ook alweer de bedoeling?

 

Was het de bedoeling dat we naar het zuiden zouden fietsen of was het de bedoeling dat we een mooie vakantie zouden hebben’? ‘Dat laatste’ antwoordde Jaques. Waarop Willeke zei: ‘Dan gaan we er een mooie vakantie van maken’

 

En dat deden ze. Ze gooiden hun plannen om, stapten met fiets en al op de trein naar Frankrijk waar het prachtig weer was, en daar genoten ze van een geweldige vakantie. Wanneer dingen anders lopen dan je had bedacht of had gepland is het beste wat je kunt doen, terug keren naar de intentie. Wat was ook alweer de bedoeling? Dat geldt niet alleen voor vakanties, dat geldt ook voor je werk en leven.

 

Zeker wanneer je in je werk even de richting kwijt raakt door extreme drukte of uitval van collega’s. Neem de tijd om met elkaar te bekijken wat ook alweer de bedoeling was, en bepaal van daaruit opnieuw je route.

 

Bij Jaques en Willeke was het de bedoeling om een fijne vakantie te hebben met mooi weer. Ze dachten dit in het zuiden van Nederland te vinden maar dat viel tegen. Door de plannen om te gooien bereikten ze wel hun doel.

Vaak vergeten we de bedoeling wanneer we in actie komen om de bedoeling werkelijkheid te laten worden. Dan focussen we ons teveel op het bedachte middel. Maar er zijn vele wegen die naar Rome leiden, je kunt altijd een ander pad kiezen. Als je de bedoeling maar goed voor ogen houdt.

Mensen die gefrustreerd raken door allerlei zaken die tegen zitten, gaan zich ook zodanig gedragen. Ze zijn sneller boos, ergeren zich aan van alles en nog wat en worden zelfs cynisch. Je kunt daar zelf ook weer gefrustreerd van raken, maar dan gaat het van kwaad tot erger.

 

Juist dan is het goed om er eens rustig voor te gaan zitten en met elkaar te praten over wat de bedoeling ook alweer was. Daarbij moet je goed opletten dat je niet in een klaagsessie beland over wat er allemaal mis gaat. Klagen om even stoom af te blazen is prima, daarna ga je over tot constructief verkennen wat ook alweer de bedoeling was en of er een andere route is. Zo houdt je het werk leuk en je collega raakt niet in een burn-out.

Binnenkort start ik met de nieuwe training rond passie en bezieling in je werk. De bedoeling komt in deze training uiteraard ook aan bod. Hoe de training er uit gaat zien, kan ik je nog niet vertellen. Dat hoeft ook niet. Het is belangrijker om te weten wat de training je gaat opleveren. Dat kan ik je al wel vertellen.

Meer verbinding in je team, meer plezier in het werk, hervonden focus wat je als team wilt en hoe je dat voor elkaar gaat krijgen. Je leert je collega’s op een heel andere manier kennen in deze sprankelende training.

 

Ben je nu al nieuwsgierig?

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team.

Met een doel voor ogen, ligt succes onder handbereik

Met een doel voor ogen, ligt succes binnen handbereik

Dromen over later

Wat wil je later worden als je groot bent? Al op de kleuterschool werd ons deze vraag gesteld. En het is ontzettend leuk om de dromen van vier- en vijfjarigen te horen. Mijn oudste dochter wilde leeuwentemmer worden, mijn jongste dochter elfje. Ik kon uren naar hun verhalen luisteren over hoe ze dat zouden gaan bereiken. Ik weet inmiddels precies hoe je een elfje wordt. 🙂
Succes binnen handbereik

Als kinderen opgroeien wordt kiezen steeds belangrijker. Opleiding en studiekeuze bepalen voor een groot deel hun toekomst, ze moeten een afgewogen keuze maken. Maar als de keuze goed is, en ze het doel voor ogen hebben, dan gaan ze er voor.Elk succes begint met een doel voor ogen. Eerst ga je dromen; wat zou ik graag willen? Daarna stel je jezelf een doel om die droom werkelijkheid te laten worden. En dan ga je kijken naar de weg daar naartoe. Hoe zal ik dat aanpakken?

 

Het leuke van de weg is dat die niet vastligt. Je kunt gaandeweg andere afslagen proberen. Je kunt zelfs vanwege een afslag je doel bijstellen, zoals mijn dochter ontdekt heeft dat elfje toch niet de juiste beroepskeuze voor haar is. Je kunt je leven lang leren en ontwikkelen.

Missie en visie

Alle organisaties hebben tegenwoordig een aantal grote doelen die zij willen bereiken; de zogenaamde missie van de organisatie. Op vrijwel elke website kun je het missiestatement van de organisatie vinden. Bijvoorbeeld: ‘Het meest verbonden ziekenhuis van 2016’ (missie Reinier de Graaf) of ‘To have a significant impact on healthcare’ (missie RadboudUMC).


Vanuit een missie wordt de visie ontwikkeld. De visie zegt iets over de manier waarop men dit doel wil bereiken. De weg er naar toe. Bijvoorbeeld de visie van het Radboud: ‘dit doen wij door steeds voorop te lopen in diagnostiek en behandeling, in het vergroten en delen van kennis, in het voorkomen van ziekte en in de wijze waarop zorg wordt verleend en ontvangen. Deze visie zegt iets over de manier waarop het Radboud haar zorg organiseert, wat zij belangrijk vindt. Vanuit deze visie mag je verwachten dat scholing en innovatie een prominente plaats inneemt in deze organisatie.

Groot en klein

Wanneer je een duidelijk doel voor ogen hebt, wordt het zoeken naar de weg gemakkelijker. Je hebt iets om je op te richten. Een doel hoeft niet perse iets groots te zijn; kleine doelen zijn ook doelen. Zo nemen veel mensen zich elk jaar iets voor. Dat valt onder de categorie doelen stellen. Maar, wanneer het bij alleen een voornemen blijft is de kans heel groot dat men het niet haalt. Naast het wat (je voornemen), moet je ook nadenken over het hoe. (de weg ernaar toe).

Proberen

Je kunt het stellen van doelen morgen al proberen. Stel jezelf eens een klein doel wanneer je met een collega in gesprek gaat. Wat wil je op zijn minst bereikt hebben aan het einde van het gesprek? Hoe ga je dat aanpakken? En let dan eens op het gevoel dat je krijgt wanneer je het voorgenomen doel hebt bereikt. Daar krijg je energie van. Je wordt er blij van.Voorbereiden op gesprekken is altijd een goed idee, je iets voornemen is altijd een goed idee. Je moet er wel voor zorgen dat het doel haalbaar is. Als je de lat te hoog legt levert je dat alleen maar frustratie op, daar heb je niets aan. Door je een doel te stellen ga je met meer aandacht een gesprek voeren en dat levert een beter gesprek op. Op die manier hebben ook de kleine gesprekjes zin en kun je er succes mee boeken.


Zo houdt je jezelf altijd scherp. Stephen Covey schrijft in zijn boek: ‘De Zeven Eigenschappen van Effectief Leiderschap’: Begin met het einddoel voor ogen.

Teamdoel

Ook als team heeft het zin om met elkaar een doel na te streven en het pad daar naartoe gezamenlijk uit te stippelen. Wat willen wij met dit team bereiken? Wat zijn onze kwaliteiten, wat willen we leren en ontwikkelen? Het is aangetoond dat teams die werken met een gezamenlijk doel meer succes boeken. Bovendien vinden mensen het heel leuk om in zo’n team te werken. Men houdt elkaar scherp, neemt initiatief om resultaten te behalen en men helpt elkaar om betere professionals te worden. Dat levert heel veel positieve energie op die ook de cliënten/patiënten zullen opmerken. Teams die met aandacht aan hun ontwikkeling werken staan bekend als die goeddraaiende teams waar niet veel gedoe is. Die teams waar de neuzen dezelfde kant op staan en men met veel plezier naar het werk gaat.

Teamdiagnose

Wanneer je met je team een gezamenlijk doel formuleert en je een visie ontwikkelt over hoe je dit met elkaar gaat bereiken, dan ben je al bezig met de ontwikkeling van je team. Teamontwikkeling kent een aantal fasen. Soms zit je onbewust met je team al in een gevorderde fase, soms blijk je met een team dat al jaren samenwerkt nog in de beginfase te zitten. Ben je benieuwd in welke fase jouw team zit, vraag dan eens de gratis teamdiagnose aan. Tijdens een telefonische sessie van ongeveer 30 minuten ontdek je in welke fase je team zit en wat er nodig is om door te groeien naar de volgende fase. Ook ontdek je wat er nodig is om van een zeven naar een acht te groeien en hoe ik je daarbij kan helpen. Heb je interesse in de gratis teamdiagnose en ben je leidinggevende? Stuur een mail naar info@margreetridder.nl o.v.v. je naam, telefoonnummer, organisatie, teamgrootte en de tijden waarop je te bereiken bent. Dan neem ik snel contact met je op voor het maken van een afspraak voor de teamdiagnose.

Kennismaken?

Wil je meer weten over mijn werkwijze? 

Neem gerust contact met me op en dan kijken we samen op welke manier ik je team kan helpen.

De Slotjesbeugel

De Slotjesbeugel

Huilend komt ze naar me toe en met een klein stemmetje zegt ze: ‘ik wil die beugel niet’

Morgen krijgt mijn jongste dochter een slotjesbeugel, de spanning loopt op. Ik probeer haar gerust te stellen: ‘Het plaatsen van die beugel doet geen zeer. Je hebt er maar een paar dagen last van. Ik zal zachte dingen in huis halen zodat je niet hoeft te kauwen’. Het helpt allemaal niets, blijkbaar zijn het niet de zenuwen, maar is er iets anders wat haar dwars zit. Ik vraag door; ‘Waar zie je zo tegenop?’ Samen zetten we haar gevoelens en gedachten op een rijtje, tot we tot de slotsom komen dat we niet meer precies weten wat de noodzaak van de beugel is.

De slotjesbeugel

Een half jaar geleden is ze met een blokbeugel begonnen. De reden hiervoor was duidelijk; een flinke overbeet. Maar die slotjesbeugel? Heeft dat meer nut dan alleen het rechtzetten van de tanden? Het is ons vast bij het bespreken van het behandelplan verteld maar we weten het allebei niet meer. Mijn dochter zegt: ‘Als het alleen bedoeld is om mijn tanden recht te zetten, dan wil ik het niet. Ik vind mijn tanden prima zo’. We besluiten om het te vragen, nog voor de beugel geplaatst wordt. Mijn dochter wapent zich alvast: ‘mijn tanden staan al recht genoeg hoor.’ De volgende dag fietsen we naar de orthodontist.

Bij de orthodontist

Al eerder die ochtend heb ik gebeld met de praktijk. Om te vragen of de orthodontist tijd kan vrijmaken, nog voordat de beugel geplaatst wordt. De telefoniste belooft een aantekening te maken in het systeem en adviseert me om het te vragen als we er zijn. Er spookt van alles door mijn hoofd. Wat als de orthodontist geen tijd heeft? Wat als mijn dochter een onbevredigend antwoord krijgt?

 

Terwijl mijn dochter in de stoel klimt, praat de assistente opgewekt tegen haar en legt ondertussen alle spullen klaar. Ik vraag of we eerst nog even met de orthodontist kunnen praten. Kort schets ik de situatie en mijn dochter vult aan: ‘ik wil gewoon precies weten waarom het nodig is’

 

De assistente reageert heel vriendelijk. Ze staakt haar voorbereidingen en via de computer stelt ze de orthodontist op de hoogte van ons verzoek. ‘Hij komt er zo aan’ zegt ze. ‘Hij is nog even in bespreking’ Terwijl we wachten vertelt de assistente al het een en ander over de reden van de slotjesbeugel. Voor mij wordt duidelijk dat het inderdaad geen overbodige luxe is, maar mijn dochter wil haar behandelaar zelf spreken. Het valt me op dat de assistente rustig wacht, en niet ondertussen alvast alles klaar zet.

Meedenken en meebeslissen

Dan komt de orthodontist binnen. ‘Jij hebt een vraag’, zegt hij, terwijl hij op ooghoogte van mijn dochter plaatsneemt in een stoel. Zo kunnen ze elkaar aan kijken. Rustig neemt hij de tijd om mijn dochter uit te leggen wat de reden voor de slotjesbeugel is. Met zijn handen geeft hij de beweging van de kaak weer, hij laat foto’s zien van haar gebit en wijst aan waar het probleem zit. Hij legt uit hoe hij te werk wil gaan en wat het verwachte resultaat zal zijn.


Uiteindelijk zegt hij: ik adviseer je om het zo te doen, maar het is jouw mond en jouw gebit. Jij beslist. Dan is het stil. Mijn dochter kijkt hem aan. Ze zegt: ‘Ik vind het nog wel spannend, maar ik weet nu waarom het nodig is en het is goed’. ‘We gaan er samen iets moois van maken’ zegt de orthodontist en hiermee wordt een pact gesloten tussen behandelaar en patiënt. Met vertrouwen neemt mijn dochter plaats in de stoel. De beugel wordt vlot geplaatst.

Wat kun je hiermee als zorgprofessional?

Ik mijmer ondertussen over wat ik gezien heb bij het gesprek tussen mijn dochter en de orthodontist. Was dit nu een voorbeeld van goede communicatie tussen behandelaar en patiënt? Jazeker was het dat. Er werd namelijk precies voldaan aan de behoeften van de zorgvrager, in dit geval mijn dochter.

Drie belangrijke behoeften van zorgvragers

Zorgvragers hebben behoefte aan drie belangrijke punten (thema’s) ten aanzien van de zorg:

 

  1. Toegankelijkheid. (er moet zorg zijn als dat nodig is)
  2. Transparantie in informatie (de informatie moet duidelijk, volledig en begrijpelijk zijn)
  3. Keuzemogelijkheid ( men wil mee kunnen beslissen, het gevoel hebben dat er een keuzemogelijkheid is.)

In het kort komt het hierop neer: de zorgvrager wil geholpen worden, wil meedenken en meebeslissen. Deze behoeften komen allemaal neer op zorgvuldige en transparante communicatie. Het is handig om te checken of je aan alle drie de behoeften van de zorgvrager voldoet. Zo voorkom je miscommunicatie en frustratie bij de zorgvrager, en bij jezelf. Vaak is een blokkade op een van de drie thema’s de aanleiding tot eisend en claimend gedrag van zorgvragers. Door alert te zijn op deze punten kun je dit al voor een groot deel voorkomen.

Vertrouwen

We fietsen naar huis, mijn dochter praat vrolijk over haar beugel. Ze is blij dat ze weet waar ze aan toe is. Het geeft haar vertrouwen in de behandeling en de orthodontist, als zal ze dat zelf niet zo benoemen. ‘Wat een aardige mensen werken daar hè mam’ zegt ze. ‘Ja, fijn hè, zeg ik.

Ben je nu nieuwsgierig wat ik voor jou/jullie kan betelenen?

Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team. Wil je meer weten over mijn dienstverlening? 

Eigen zuurstof eerst!

Eigen zuurstof eerst!

Lucht om te kunnen handelen

Iedereen die wel eens per vliegtuig reist, kent de procedure van het zuurstofmasker. In geval van nood moet je eerst zelf je zuurstofmasker opzetten, voordat je zorgt voor je meereizende kinderen. Eigen zuurstof eerst. Je moet lucht hebben om te kunnen handelen. Zo is het met zorgen ook. Je kunt niet goed voor een ander zorgen als je niet ook voor jezelf zorgt. Maar wat is voor jezelf zorgen?
Eigen zuurstof eerst

Opkomen voor jezelf

Voor jezelf zorgen heeft onder andere te maken met je grenzen kennen en kunnen bewaken. Dat betekent dat je NEE kunt zeggen als dat terecht en nodig is. Het betekent ook dat je het meldt als je ergens last van hebt; bijvoorbeeld bij grensoverschrijdend gedrag. Iemand die over je grenzen gaat met zijn/haar gedrag is een killer voor je energieniveau. Je moet dus assertief kunnen zijn.

Assertief gedrag is er in twee soorten; agressief assertief en gezond assertief.


Gezond assertief houdt in dat je op een rustige wijze je grenzen aangeeft en ervoor zorgt dat die niet zomaar overschreden worden, niet door jezelf en niet door een ander. Als je iets gevraagd wordt wat echt teveel van je vergt, is het dus heel gezond om NEE te zeggen.


Agressief assertief houdt in dat je van je afbijt. Je bent dan hard aan het werk om je grenzen te bewaken. Ook dat kost je heel veel energie. En hierbij zou het zomaar kunnen dat je over de grens van een ander gaat. Dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Voor jezelf zorgen

Het is nog niet eenvoudig om goed voor jezelf te zorgen. Vooral zorgprofessionals schijnen er moeite mee te hebben. Dan denk ik altijd aan het verhaal over de timmerman. Het hele dorp voorziet hij van prachtige meubels en deuren, alleen bij hem thuis hangen de keukenkastjes scheef aan de muur.
Of de dokter die zelf rookt, de leraar die tijdens vergaderingen niet oplet en ze niet voorbereid. Het lijkt wel of we juist het beroep kiezen waarin we zelf het meest te leren hebben.


Stel je voor dat het inderdaad zo is, dan heb je dus nog iets heel moois te leren. Voor jezelf zorgen betekent dat je goed naar je innerlijke stem luistert, dat je de signalen van je lichaam niet negeert, maar ze respecteert. Dat je jezelf veilig kunt stellen door op tijd je grens aan te geven, of iemand te zeggen dat je last hebt van diens gedrag. Voor jezelf leren zorgen is een mooie weg waarin je veel over jezelf kunt ontdekken.

Egocentrisch?

Men verward ‘voor jezelf zorgen’ ook wel met egocentrisch gedrag. Alsof je alleen uit bent op je eigen gewin. Dat klopt niet. Voor jezelf zorgen betekent dat je ervoor zorgt dat je optimaal kunt functioneren. Je neemt de verantwoordelijkheid om bijvoorbeeld in goede conditie te zijn, zodat je op je werk volledig aanwezig kunt zijn. Je gaat met jezelf in gesprek: wat heb ik nodig om helemaal vanuit mijn kracht en talent te kunnen functioneren?
Voor jezelf zorgen vraagt dus wel het een en ander van je. Discipline om, bijvoorbeeld te sporten. Niet omdat je jezelf moet straffen vanwege dat pak koekjes tijdens de film, maar om jezelf fysiek op te laden, je lichaam te koesteren, te verzorgen.

 

Voor jezelf zorgen betekent ook dat je de verantwoordelijkheid neemt voor je eigen handelen, je gedachten en uitingen. Door goed voor jezelf te zorgen creëer je de ruimte om ook goed voor een ander te zorgen. Als jij niets tekort komt heb je ruimte om aan een ander te geven. Voor jezelf zorgen is als het opzetten van je eigen zuurstofmasker.

 

Ik wens je een mooie reis met veel zelfzorgzaamheid.

Ben je nu nieuwsgierig?

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team.

Omgaan met lastige gesprekken

Training omgaan met lastige gesprekken

Bij de bakker

We stonden, bij de bakker, naast elkaar te wachten tot we aan de beurt waren. Ze keek me aan en zei: “ jij gaf toch de training omgaan met lastige gesprekken?” Ik herkende haar. Ze werkte als doktersassistente bij een polikliniek. De specialist waarvoor ze werkte was een zeer deskundige en gedreven man die soms behoorlijk uit zijn slof kon schieten. Hij kon flink tekeer gaan. De assistente vertelde tijdens de training dat ze vaak met de zenuwen in haar lijf zijn spreekkamer inliep en nauwelijks iets durfde te vragen uit angst voor zijn reactie. ‘Hij geeft me het gevoel dat ik een dom wicht ben’ zei ze. Ze bracht zijn gedrag in als casus. ‘Ik wil leren hoe ik voor mezelf op kan komen’.

Bij de bakker

Een dom wicht

Bij het rollenspel speelde ik de specialist. Het spel begon. Ze kwam aarzelend binnen en stelde met wat omwegen haar vraag. Ik reageerde volgens afspraak met irritatie, deed bot tegen haar en toen begon ze te huilen. ‘Dit is precies wat er gebeurd, ik schrik ervan dat je het zo echt speelt’ zei ze. ‘En ik schrik dus altijd zo erg van zijn reactie dat ik niet meer weet wat ik moet zeggen en er maar een beetje bij sta als, als …’. ‘Als een dom wicht’, vulde ik aan.

Ik gaf haar feedback over haar eigen gedrag waardoor ik, toen ik de specialist speelde, de ruimte voelde om zo bot tegen haar te doen. Het had te maken met de voorzichtigheid waarmee ze binnen kwam, haar houding schreeuwde om toestemming om te mogen praten. Het kwam zwakjes over. Ik merkte ook dat ik me in de rol als specialist superieur voelde en dat ik haar zwakke houding interpreteerde als ‘niet deskundig’

Toen ik haar dit teruggaf herkende ze wat ik zei. Ze vertelde dat de specialist een perfectionist is die altijd heel precies informatie wil als je met een vraag bij hem binnen komt.

Ik vroeg haar of het klopt dat ze niet deskundig is. ‘oh nee zei ze, ik werk al 15 jaar op deze polikliniek, ik weet heel veel’ Ik legde haar uit dat ze de specialist niet kan veranderen maar dat ze wel zijn gedrag kan beïnvloeden door zelf ander gedrag te laten zien. Hij reageert immers op haar gedrag, zoals ik ook had gedaan bij het rollenspel. Ik doe dat niet expres. Rollenspel is bij uitstek een krachtig spiegelende werkvorm. Als acteur kun je niet anders dan reageren op het gedrag van de ander.

Ik gaf haar tips over non-verbale communicatie. Om met een meer zelfverzekerde houding binnen te stappen en om haar vraag goed voor te bereiden. Als ze deze specialist al zo lang kent dan weet ze wat hij nodig heeft om antwoord te geven op haar vraag.

‘Klopt’ zei ze, ‘Hij wil specifieke informatie en die kan ik hem wel geven.’

Daarna heb ik haar de tools geleerd om haar grens aan te geven mbt zijn bullebakkengedrag. Dat is vrij eenvoudig: je vertelt vriendelijk, in duidelijke en eerlijke taal dat het gedrag van de ander je niet zint en dat je verwacht met respect behandeld te worden. Het enige dat ze moest overwinnen was haar angst om het te doen. Ik weet dat dit makkelijker klinkt dan het is gedaan, toch is dit de enige manier om het te leren. DOEN!

Na de training ging ze naar huis en ik zag haar niet meer, tot die middag bij de bakker.

Ze zei; ‘Ik heb het gedaan. Ik heb hem aangesproken op zijn gedrag en hij heeft zijn excuses aangeboden. Ik wist niet wat ik hoorde. Het enige wat ik heb gedaan is dat ik, wat we op de training geoefend hadden, heb toegepast en hij bood zijn excuses aan. Nu heb ik al twee weken zonder uitbarsting van zijn kant voor hem kunnen werken. Ik kom beter voorbereid zijn spreekkamer in en ik merk dat we als gelijkwaardige communiceren. Ik ben blij dat ik je zie, nu kan ik je bedanken voor je hulp’.

Ik keek haar aan en was geraakt door haar woorden. Wow, dank je wel…wat fijn om dit te horen.

Ze vertelde dat het eigenlijk vrij gemakkelijk ging en dat het haar vertrouwen had gegeven dat ze zich kon verweren als dat nodig was. Het was mooi om te zien hoe stralend ze erbij stond. Ze was trots op zichzelf en op de professional die ze was.

En het mooie was dat de specialist zijn wantrouwen liet varen. Het was voor hem niet meer nodig om zijn gevoel van machteloosheid te uiten in bullebak gedrag. Zo bewees deze assistente niet alleen zichzelf maar ook de specialist een dienst.

Welke tools heb ik haar gegeven?

Zorg dat je de informatie die hij nodig heeft om je een antwoord te kunnen geven, bij de hand hebt. Zorg dat je met je houding zelfvertrouwen uitstraalt, ga rechtop staan. Zeg meteen waarvoor je binnen loopt. Wees vriendelijk, duidelijk en eerlijk. Geef je grens aan door te zeggen welk gedrag je niet zint. Bijvoorbeeld: ‘Dokter ik vind het niet prettig als u zo tegen me tekeer gaat. Ik wil graag dat u met respect met mij praat’.

En zo eenvoudig kan het zijn. Het enige dat je moet zien te overwinnen is je angst. De angst zorgt ervoor dat vervelend gedrag langdurig getolereerd wordt. Angst overwin je soms door gewoon in het diepe te springen. Mijn tip om vriendelijk, duidelijk en eerlijk te zijn hielp haar om de boodschap helder over te brengen en zo prettig haar grens aan te geven.

Beter leren communiceren en omgaan met een agressieve bejegenis

Regelmatig geef ik trainingen en scholing in communicatie waarin overleg met de dokter ook aan bod komt. Wist je dat alle communicatietrainingen ook online georganiseerd kunnen worden?