Overslaan naar de hoofd content

Margreet Ridder

Overbelaste Zorgmedewerkers

Overbelaste Zorgmedewerkers

Hoe voer je het gesprek met iemand die overbelast raakt.

De druk in de zorg is hoog. Veel zorgverleners dreigen overbelast te raken. Elke leidinggevende kent wel een teamlid die het zwaar heeft. Het is goed om daar dan eens over in gesprek te gaan. Dat kan nog best lastig zijn. Je wilt begripvol zijn, een luisterend oor bieden. Tegelijkertijd wil je niet dat je iemand onwillekeurig de ziektewet in praat.
Overbelaste Zorgmedewerkers Stress

Signalen en benoemen dat het niet goed gaat

Overbelast raken is iets wat geleidelijk ontstaat. Je ziet het soms pas als iemand al bijna burn-out is. Maar er zijn signalen die genoeg aanleiding moeten zijn om met diegene te gaan praten. Er zijn drie belangrijke signalen.

1. Vermoeidheid

Je ziet het in de mimiek van je collega. Iemand hangt in het lijf, wallen onder de ogen. Iemand reageert minder adequaat en je hoort hem/haar vaak zuchten.

2. Dagelijks functioneren loopt terug

Denk aan: vergeetachtigheid, foutjes maken, moeite met schakelen, minder contact met collega’s, moeite met eten, drinken en slapen.

3. Controleverlies

Dit merk je aan een kort lontje, gejaagd zijn, snel emotioneel worden. Iemand kan ineens uit zijn slof schieten.

Vooral dat 3e punt is een belangrijk signaal waar je als leidinggevende echt iets mee moet doen. Hoe pak je dat goed aan?

Veiligheid creëren

Als eerste is het belangrijk dat je een veilige situatie creëert zodat je rustig in gesprek kan. Geef aan dat je dingen ziet aan het gedrag van de ander die je niet gewend bent van diegene en dat je daar wat zorgen over hebt. Er hoeven nog geen oplossingen te komen en de ander wordt ook niet op het matje geroepen over diens gedrag.

 

Zeg bijvoorbeeld: Ik merk de laatste tijd dat je op het werk wat minder goed in je vel zit. Ik hoor je vaak zuchten en laatst ben je uitgevallen tegen een leerling. Zo ken ik je helemaal niet. En ik merk dat ik me daar wel zorgen over maak. Daarom heb ik je uitgenodigd omdat ik benieuwd ben hoe het met je gaat.

 

Het is belangrijk dat je luistert. Geef erkenning en ruimte voor de beleving van de medewerker. Hoe ervaart die de situatie op de afdeling? Wat houdt diegene bezig m.b.t. het werk?
Geef ruimte voor emoties. Doordat jullie samen stil staan bij de situatie kan voor de medewerker het besef komen dat er wel iets nodig is.

‘Hou de pleister op zak’

Het tweede dat belangrijk is, is dat je niet direct een oplossing aanbiedt. Het valt mij in trainingen op dat een oplossing aanbieden de standaard reactie is. Zodra het probleem duidelijk is, gaan we op zoek naar een oplossing zoals: een paar dagen vrij nemen, je even ziek melden, naar de huisarts, een tijdje wat minder werken.


Alleen dat is lang niet altijd hetgeen dat nodig is. Bovendien organiseer je met deze oplossing ook een formatieprobleem. Wacht er gerust mee. Het zal je verbazen hoe prettig het is voor je medewerker als je met je volledige aandacht luistert.

 

Sluit het gesprek af met een korte samenvatting en maak een afspraak. Bijvoorbeeld dat jullie elkaar volgende week weer even spreken. Vraag je medewerker waar ze behoefte aan heeft. Wat haar wellicht kan helpen en wat ze daarin zelf kan doen. Bespreek eventueel de mogelijkheden voor begeleiding binnen de organisatie. Veel ziekenhuizen hebben een team van maatschappelijk werkers die overbelaste medewerkers kunnen begeleiden. Vaak is er een interne coachpool waar iemand terecht kan en er zijn veel goed opgeleide coaches die gespecialiseerd zijn in coachen bij stress- en burn-out klachten. Je kunt afspreken dat jij in de organisatie rondvraagt welke mogelijkheden er zijn en dat je medewerker nadenkt over waar ze behoefte aan heeft.

Wees de leidinggevende, niet de therapeut

ij hoeft het niet op te lossen, je hoeft het ook niet te begeleiden. Leidinggevenden houden vinger aan de pols en houden zich bezig met het werk- of terugkeerproces. Wanneer iemand uitgevallen is door stress of burn-out dan is het goed dat diegene begeleidt wordt door een professional. Jij faciliteert het terugkeerproces.

 

Heb je iemand in je team waar je je zorgen over maakt? Of heb je zelf behoefte aan begeleiding bij het omgaan met alle druk? Een coachingstraject kan veel helderheid geven en als je er op tijd bent iemand behoeden voor een burn-out.

Ik ben gecertificeerd coach bij stress- en burn-outklachten

Neem gerust contact met me op als ik je hierbij kan helpen.

Stoom afblazen is heel gezond

Stoom afblazen is heel gezond, tot op zeker hoogte…

Even stoom afblazen na een lastig telefoongesprek met een patiënt

Of nadat je met veel moeite de afspraak voor die ene veeleisende patiënt hebt kunnen verzetten. Even stoom afblazen als je de boze familie van een patiënt tevreden hebt kunnen stellen. Stoom afblazen als je net een reanimatie hebt moeten doen. Stoom afblazen als er in het team iets gebeurt met een collega dat jullie allemaal raakt. Stoom afblazen omdat je de wind van voren hebt gehad van een collega die even stoom moest afblazen…
Stoom afblazen

Stoom afblazen is gezond! Stoom afblazen zorgt dat je emotionele brein tot rust komt en dat je weer vanuit je mensenbrein kunt gaan functioneren.

3 breindelen

Je brein is grofweg opgebouwd uit 3 delen. Het oerbrein, ook wel reptielenbrein genoemd, zorgt ervoor dat je in leven blijft. Dit oeroude systeem stuurt het autonome zenuwstelsel aan en geeft een alarmsignaal af als er gevaar is. Dat alarmsignaal activeert het zoogdierenbrein. Ook wel het limbische systeem genoemd. Hier vindt de reactie op het alarmsignaal plaats. Je gaat vluchten, vechten of je verstart. Als je zoogdierenbrein actief is, moeten je andere breindelen wachten tot de boel gekalmeerd is. Het derde deel, je mensenbrein is revolutionair piepjong. Hier kun je op inhoud functioneren. Met dit deel van je brein kun je organiseren, reguleren en kun je empathie tonen.

‘Stoom’ ontstaat in je zoogdierenbrein

Stressvolle situaties, lastige gesprekken, moeilijk gedrag van anderen zijn allemaal prikkels die je zoogdierenbrein activeren. Je ervaart namelijk stress. Stress activeert de aanmaak van adrenaline, je overlevingssysteem gaat vol op AAN.

Als het voorbij is kan je overlevingssysteem weer kalmeren. Stoom afblazen helpt het kalmeren. Zodat je daarna vanuit je mensenbrein verder kunt functioneren. Je gebruikt je mensenbrein ook om te evalueren wat er nu precies gebeurt is en om van de gebeurtenis te leren. 

Als je geen stoom zou afblazen dan heb je kans dat je zoogdierenbrein aan blijft staan waardoor je adrenaline gehalte verhoogd blijft en je stress blijft voelen. Verhoogde stress is een risico op een burn-out.

Let op de valkuil

Dus heb je iets vervelends meegemaakt, praat het vooral even van je af.
Maar let op de valkuil. Als je het vuurtje onder de stoom blijft opstoken komt je zoogdierenbrein onvoldoende tot rust. Door alsmaar weer dat ene voorval aan te halen, alsmaar weer te beginnen over die vervelende bellers met hun ‘onzin’ vragen. Door bij elke nieuwe beller te reageren alsof je de vorige beller nog aan de telefoon hebt. Hier mee jaag je jezelf keer op keer in de herhaling van de vervelende situatie en dat kost heel veel energie. Het kost je het plezier in je werk. Je loopt er op leeg.

Coaching

Het kan best lastig zijn om te voorkomen dat je in die valkuil stapt. Jij bent immers ook maar een mens. Frustraties over het werk kunnen zich zo opstapelen dat je niet meer in staat bent om het zoogdierenbrein te kalmeren. Merk je dat het teveel wordt? Dat je je afvraagt of je nog veerkrachtig genoeg bent om de komende jaren met plezier je werk te doen?
Merk je dat je stiekem naar vacatures kijkt? Merk je dat je verlangt naar rust. Dat je jezelf soms hoort zeggen dat je verlangt naar een simpel baantje waarbij je niet teveel hoeft na te denken?
Coaching helpt om vanuit je eigen kracht manieren te vinden om gezonder om te gaan met stressvolle situaties.

Bel me of mail me voor meer informatie over een coachingstraject

Ik ben gespecialiseerd coach bij stress en burn-outklachten en werk regelmatig met zorgprofessionals die vastlopen in hun werk.

De top 3 stoorzenders tijdens je werk

De top 3 stoorzenders tijdens je werk

En hoe je daar slim mee om kunt gaan

Ik word de hele dag onderbroken in mijn werk, het is om gek van te worden, iedereen wil de hele tijd iets van me. Daar krijg ik nou stress van’

In de workshop ‘Spelen met Tijd’ vertelt Sandra, een van de deelnemers, over een grote ergernis in haar werk. Dat je iedere keer gestoord wordt tijdens het uitvoeren van je taken. En Sandra is niet de enige. De andere deelnemers hebben daar ook last van. Als ze iets willen leren tijdens deze workshop, dan is het wel hoe ze hier mee om kunnen gaan. En gelukkig heb ik een handige tool die hen ook daadwerkelijk helpt.

Top 3 stoorzenders

Het is de week van de werkstress

Overal zie je intitiatieven en artikelen over burn-out, werkdruk, werkstress en allerlei methodes die je daarbij kunnen helpen. Vanmorgen las ik een geinig artikel in de krant over de ‘Pomodori Techniek’. Die houdt in dat je een kookwekker zet op 25 minuten. Tijdens die 25 minuten werk je onafgebroken aan 1 taak en daarna hou je 5 minuten pauze. Zo wissel je 25 minuten geconcentreerd werken af met 5 minuten pauze. Volgens een vast schema. Komen mensen je in die 25 minuten storen dan moet je zeggen: ‘Ik ben aan het pomodoren, ik zoek je straks even op’. Ik denk dat jij, net als ik, bij dit soort artikelen denkt: Ja, leuk idee, maar dit is niet toe te passen in de zorg. De zorg kenmerkt zich door haar onvoorspelbaarheid. Je weet van te voren niet hoe druk je dienst zal zijn. Werken met kookwekkers, niet gestoord worden tijdens je werk, ik zie het niet voor me.

Maar ja, hoe kun je dan slim reageren op alles wat je uit je werk haalt? De volgende tip werkt volgens mij het beste en is ook toepasbaar in de zorg:
Geef degene die je stoort even je volledige aandacht en kies daarna de actie die het beste past.

Hoe ziet ‘volledige aandacht geven’ er uit?

Eigenlijk is het niet meer dan dat je heel kort je werkzaamheden onderbreekt om de ander te kunnen aankijken. (in het geval van de telefoon:om te kunnen luisteren) Dat geeft je de ruimte om snel te achterhalen wat de reden is dat je gestoord wordt. Die informatie heb je nodig om vervolgens een actie te kiezen. Hierbij heb je drie mogelijke effectieve keuzes:

  1. Directe actie.  Bijvoorbeeld wanneer je een vraag meteen kunt beantwoorden. Heb jij de bloeduitslagen al binnen, is mijnheer X al weg voor een foto? etc.
  2. Uitgestelde actie. Je zegt dat je dit eerst afmaakt en dat je de ander daarna zult opzoeken. Vaak is het handig om er een tijd bij aan te geven. ‘Ik ben hier nog 10 minuten bezig en dan zoek ik je even op’.
  3. De actie bij de ander leggen: Je vraagt aan de ander om je er later nog even aan te herinneren. Of je vraagt of ze een briefje voor je neerleggen of om het even aan een andere collega te vragen.

Het feit dat je een keuze hebt, maakt dat jij bepaalt wanneer je reageert op een (hulp)vraag. En daardoor heb je niet meer het gevoel dat je niet aan je eigen taken toe komt. Wees slim in reageren. Laat niet altijd meteen je werk uit handen vallen als iemand je iets vraagt, maar neem even tijd om te kijken welke actie goed past bij het moment, jouw werk en de vraag.

Nadat ik deze tool heb besproken in de workshop, geeft Sandra aan dat ze bij actie 2 en 3 bang is dat ze daarmee haar collega in de steek laat. ‘Dan zadel ik mijn collega op met een probleem’. Ze vindt het belangrijk om altijd klaar te staan om een ander te helpen. Dit is een duidelijke waarde van Sandra, waar we in de groep verder over praten. Alle deelnemers in de workshop zijn directe collega’s, ze kennen elkaar goed, en de anderen herkennen Sandra’s neiging om altijd direct hulp te geven als je haar iets vraagt. Een collega zegt tegen Sandra: ‘Omdat je dit zo belangrijk vindt, vergeet je dat er andere mogelijkheden zijn dan dat jij direct in actie komt als je iets gevraagd wordt. Je zet iedere keer je eigen planning en werk opzij’.

Sandra beaamt dit en ze vertelt dat het haar veel energie kost, alsmaar dat schakelen en primair reageren. Ze zegt: ‘Ik vergeet ook wel eens waar ik mee bezig was, dat is ook niet handig’.


En dan maakt een collega een hele belangrijke eerlijke opmerking: ‘Omdat jij altijd beschikbaar bent, wordt jij ook vaak als eerste benadert. Dat is gewoon het makkelijkst’.

 

Dit is het moment dat Sandra realiseert dat ze het zichzelf onnodig moeilijk heeft gemaakt. En ze besluit om te gaan oefenen met actie 2 en 3.
De collega’s komen ook tot een mooi inzicht. Ze spreken af dat ze voortaan bewuster omgaan met het storen van een collega. Is het nodig dat ik hier iemand nu voor onderbreek of kan het nog even wachten?

 

We werken nog wat meer door aan het omgaan met de vele stoorzenders die je uit je werk halen en hoe je daar slim mee om kunt gaan. Zo wordt ieders mandje met tools en tips voller en kunnen alle deelnemers in hun eigen praktijk aan de slag met iets wat hen aanspreekt en hen gaat helpen. Werkt toch beter dan allemaal een kookwekker en een bordje ‘Niet storen’.

En wat staat er nu in de top 3 stoorzenders tijdens je werk?

Met stip op nummer 1: de telefoon. Gevolgd door mensen met vragen. (collega’s, patiënten, familie, artsen) En op 3 sta je zelf.

 

Je kunt jezelf succesvol uit je concentratie halen door je eigen volle en drukke hoofd. Dit nog doen, dat niet vergeten etc.

Laat je niet gek maken!

Niet door jezelf en niet door al die stoorzenders. Hoe je dat doet leer je bijvoorbeeld in de training Grip op je Werkdruk.

Die ene collega waar iedereen last van heeft

Die ene collega waar iedereen last van heeft

Ze doet haar werk echt goed hoor

Het is alleen de manier waarop ze praat en hoe ze doet. Ze weet altijd alles beter, ze heeft altijd alles ook meegemaakt, maar dan natuurlijk veel erger en ze bemoeit zich overal mee. Tijdens de training omschrijft een van de deelnemers een collega, laat ik haar Anneke noemen, waar ze zo’n moeite mee heeft. Het is de bedoeling dat ik Anneke speel tijdens het rollenspel. Ik moet vaak gedrag spelen dat te bot, te amicaal, te dominant is. Gedrag waardoor iemand een beetje buiten de boot valt.

Die ene collega

Wel een goede professional, niet zo prettig in de omgang

Gedrag dat vaak niet over de kwaliteit van het werk gaat, maar wel storend is in een team. En waar je dus echt iets van moet zeggen. In elk team is er wel een Anneke die door haar gedrag er net niet helemaal bij hoort. Iemand waar je je stilzwijgend kapot aan ergert. Je pogingen om haar subtiel te wijzen op haar gedrag heeft geen effect gehad, of heeft averechts gewerkt, dus probeer je er maar mee om te gaan.Maar het kan best verregaande gevolgen hebben. In de bovenstaande casus vertelde de deelnemer dat teamleden hun dienst proberen te ruilen als ze ontdekken dat ze met Anneke zijn ingeroosterd.

Mensen hebben het vermogen om zich aan te passen aan de groep. Je voelt aan wat de mores zijn en je zorgt dat je daar niet al teveel van afwijkt. Het zal wel een oerinstinct zijn, in een groep is je overlevingskans groter dan in je eentje in de woestenij, zoiets. Zorgprofessionals zijn van nature gericht op andere mensen, ik denk dat zij dit aanpassingsvermogen heel sterk hebben ontwikkeld. Neem alleen al je opleiding. Je doorloopt je opleiding via vele stages, en bij elke stage ben je afhankelijk van de beoordeling van je collega’s. Het helpt enorm als je lekker in de groep ligt. Niemand zegt dit hardop maar het heeft heel veel invloed op een succesvolle stage.

Niet wachten tot het vanzelf overgaat

Maar ja, er zijn ook mensen die zich niet zo bewust zijn van hun gedrag, en dus ook niet zien wat dit oproept bij anderen. Ze gaan gewoon hun gang, niet gehinderd door mores of gedragscodes. En dat kan irritatie oproepen. Zoveel irritatie dat het erop neer komt dat het hele team opgelucht zal ademhalen als Anneke zou besluiten om een andere baan te zoeken. Maar ja, als Anneke dat niet van plan is, dan heb je echt een probleem. Dan ben je op een dag zelf een andere baan aan het zoeken. En dat betekent niet dat je nooit meer een Anneke zult tegenkomen. Beter is het om iemand echt aan te spreken als je last hebt van diens gedrag. En omdat je dit niet gewend bent, vindt je dat moeilijk. Het vraagt om oefening en een goede voorbereiding.

De belangrijkste stap

Nu merk ik tijdens het oefenen in trainingen dat de allerbelangrijkste stap bij dit soort gesprekken vaak wordt overgeslagen. Namelijk de stap waarin je iets zegt over het effect dat iemands gedrag heeft op jou, op de dienst, op de samenwerking, en misschien ook wel op de patiënt-veiligheid.

Zo ging het ook in deze training. Er werd me zeker wel verteld dat anderen last van me hadden (in mijn rol van Anneke). En ik merkte dat ik alsmaar advies gaf: ‘Joh, dat moet je gewoon zeggen. Geeft niks hoor. Ja, ik heb een grote mond… moet je je niks van aantrekken hoor.’
De deelnemer zei later dat ik precies zo had gereageerd als de Anneke in haar team. En ik snapte hoe dat kwam. Ik had, als Anneke, het gevoel dat ik de anderen gewoon even moest uitleggen hoe ik in elkaar stak. Maar ik werd me niet bewust wat het effect van mijn gedrag op de ander was, omdat ze daar niets over zei.
We besluiten het gesprek nog een keer te oefenen en het deze keer goed voor te bereiden.

Voor we weer beginnen maken we een lijstje met Annekes gedrag en de effecten op de deelnemer:

  1. Anneke bemoeit zich overal mee, dat roept ergernis op.
  2. Anneke is erg luidruchtig als ze haar verhalen (die vaak niet over het werk gaan) vertelt, wat maakt dat ze anderen afleidt van hun werk. De deelnemer kan zich niet goed concentreren.
  3. Anneke geeft vaak ongevraagd advies of ze deelt een eigen ervaring waardoor de deelnemer zich niet door Anneke gehoord voelt.

Als ik vraag wat ze graag zou willen van Anneke zegt ze: ‘Gewoon, dat ze naar me luistert als ik iets vertel’.
We noteren de lijst op een flap-over die achter mij staat tijdens het oefengesprek. Ik speel de rol van Anneke en de deelnemer kan over mijn schouder zien wat ze Anneke wil vertellen.

Tweede ronde

Ze vraagt me of ik even tijd heb omdat ze iets met mij wil bespreken. En ze valt vrij snel met de deur in huis. ‘Er zit me iets dwars aan de manier waarop jij je gedraagt in dit team, en daar wil ik het graag even over hebben’.
Ik (in de rol van Anneke) zet me schrap, kom maar met de boodschap.
Heel rustig vertelt ze wat ze te zeggen heeft. Het lijstje met de verzamelde effecten helpt haar om helder en concreet te blijven. En omdat het zo authentiek is kan ik in de rol van Anneke niet anders dan luisteren en haar bedanken voor haar feedback en eerlijkheid.

Nadat we het rollenspel hebben afgesloten merk ik op dat het voor veel Annekes heel prettig zou zijn als een collega haar in alle rust en eerlijkheid vertelt wat ze met haar gedrag allemaal teweeg brengt in een team. Zodat Anneke de kans krijgt om er iets aan te doen. En als het slaagt hou je een goede professional binnenboord. Dat is ook wat waard.

De deelnemer zei daarop: ‘Dat is ook wel zo eerlijk, want Anneke is echt wel een goede zorgprofessional en zij wil ook werken in een fijn team waarin je elkaar kunt zeggen wat je dwars zit’
Heb je last van iemand? Bereid een gesprek daarover heel goed voor en bedenk dan vooral wat het effect is van het gedrag. Het effect op jou, op het team of op het verloop van de dienst.

Voorbereiden en oefenen

Iemand goed aanspreken is een vaardigheid die je moet oefenen. Bijvoorbeeld in een veilige setting met een acteur. Of met regietheater. Een training van een dagdeel kan al heel veel opleveren.

Wil je meer weten?

Denk je dat jouw team wel zo’n training kan gebruiken? Neem contact op en we bespreken samen de mogelijkheden.

Werkdruk. Is daar iets aan te doen?

Waarom je denkt dat er niets aan de werkdruk te doen is

Je ziet het als je het door hebt

Ik heb jarenlang geloofd dat de werkdruk in de zorg een onoplosbaar probleem is. Nou, misschien dat alleen een enorme zak geld en een enorme hoeveelheid extra personeel voor verlichting kan zorgen. Maar ja, dat is er niet. Er is geen geld en er zijn te weinig geschoolde zorgprofessionals voor handen.

En hou me ten goede, de werkdruk is hoog. Het is een gegeven. Alleen, heb je niet zoveel invloed op de hoeveelheid werk die er dagelijks op je af komt. Maar je hebt wel invloed op de manier waarop je met die werkdruk om gaat.

Werkdruk

De een gaat fluitend over de afdeling en de ander ligt wakker van zijn werk. En daar ben ik eens ingedoken, in dat verschil van hoe mensen reageren op wat ze allemaal meemaken.

De kracht van je overtuigingen en gedachten

Je gedachten en overtuigingen over wat je allemaal MOET zijn enorm krachtig en hebben veel invloed op je gedrag. En ze ontstaan vaak al in je vroege jeugd. Dat wat je als kind regelmatig te horen krijgt slaat zich op als een soort gedragscode. Je moet aardig zijn. Je moet altijd goed je best doen. En uit die gedachten ontstaat gedrag: ‘Ik moet aardig zijn’ toont zich in geen nee kunnen zeggen. Altijd goed je best doen toont zich in perfectionistisch gedrag.


En wanneer die overtuigingen steeds krachtiger worden, dan zorgen ze voor stress. Moeite om nee te zeggen geeft je een schuldgevoel en je bent bang dat je de ander in de steek laat. Perfectionistisch gedrag geeft je het idee dat het nooit helemaal klaar is, en zorgt voor angst om een foutje te maken. Hoe krachtiger, hoe meer je het idee hebt dat je nu eenmaal zo in elkaar steekt en dat er niets aan te doen is.

Gelukkig heb jij wel invloed op je eigen gedrag

Je reactie op alles wat er op een dag op je afkomt en wat er van je gevraagd wordt, zorgt dat je veel of weinig stress ervaart. Daarom is het heel handig om van jezelf te weten hoe je over het algemeen reageert als het druk wordt op de afdeling. Vervolgens kun je ontdekken welke gedachten en overtuigingen jouw gedrag sturen. Schiet je (bijvoorbeeld) in de stress omdat je bang bent dat je het werk niet af krijgt, of schiet je in de stress omdat je het gevoel hebt dat je de controle kwijt raakt?

En als je weet hoe je reageert en waarom je zo reageert, dan ontstaat de ruimte om te kiezen voor een andere reactie. Een reactie die jou geen slapeloze nachten bezorgt, maar een reactie die ervoor zorgt dat je met aandacht en vanuit ontspanning kunt werken.

Je ziet het als je het door hebt

En dan zie je dat je jezelf een beetje voor de gek loopt te houden. Bijvoorbeeld omdat je je zo verantwoordelijk voelt voor de zorg voor je patiënten dat je onbewust bent gaan geloven dat er niets aan die hoge werkdruk te doen is. Anders omgaan met de hoge werkdruk dan je tot nog toe hebt gedaan, begint met te herkennen hoe je reageert en te begrijpen waarom je zo reageert. Als je vervolgens besluit dat je het voortaan anders wilt aanpakken, dan neem je de regie over je eigen gedrag en kun je er zelf voor zorgen dat ook jij voortaan fluitend over de afdeling gaat. Ook als het een gekkenhuis is.

Waar kun je mee beginnen?

Ben je benieuwd naar jouw reactie op werkdrukte? Wil je begrijpen waarom je collega’s op een andere manier reageren dan jij en waarom dat soms botst in het team?

Gratis mini-training

Je kunt vandaag al beginnen. Meld je aan voor de gratis mini-training:

 ‘Laat je niet gek maken, zet de eerste stap naar meer grip op je werkdruk’.

Ik zeg er maar niks meer van

Ik zeg er maar niks meer van

“Het is altijd hetzelfde liedje, iedereen weet dat de verbandkar aangevuld moet worden na gebruik en niemand doet het. Ik heb zo vaak misgegrepen, ik word er niet goed van”. Ik hoor dit soort frustraties vaak als ik met een team werk. Sterker nog, op de vraag “Waar loop je tegenaan tijdens je werk?” hoor ik vaak: “Op het niet nakomen van de afspraken van mijn collega’s”. Ik moet je zeggen dat ik dit wel herken. Ik kon me – toen ik nog aan bed stond – ook storen aan die ogenschijnlijk kleine dingen die alles bij elkaar flink irritant kunnen zijn: de tillift staat niet waar hij hoort te staan. Je grijpt mis omdat een kar leeg is. Apparaten zijn stuk en niemand belt de technische dienst belt.

Ik zeg er maar niks meer van

Werkergernissen

Ze zijn er genoeg. En ze zijn super irritant. Want je hebt het al druk genoeg. Heeft het zin om er iets van te zeggen? Onlangs kwam het niet nakomen van afspraken tijdens een training weer ter sprake. Een van de deelnemers vertelde dat ze is gestopt om haar collega’s hierover aan te spreken. Ze had besloten zelf de karren maar bij te vullen. Soms zelfs na haar diensttijd. Waar ze – als ze heel eerlijk was – enorm van baalde.

Ook de andere deelnemers herkenden haar verhaal

“Wat is de reden dat je gestopt bent om je collega’s hierover aan te spreken?” vroeg ik haar. Want daar was ik wel nieuwsgierig naar. Waarop ze antwoorde: “Iedere keer als ik vroeg waarom ze die kar niet aanvulden, werd het zo’n vervelend gesprek. Dan werden mijn collega’s boos. Kreeg ik verwijten over me heen. Zeiden mijn collega’s ‘Alsof jij altijd alles netjes achterlaat’. Of ze zeiden dat ze geen tijd hadden gehad. Het heeft gewoon geen zin, dus ik doe het niet meer”. Misschien herken je dit wel, dat je een collega vraagt waarom ze iets niet gedaan heeft en dat het gesprek -voor je het weet- een vervelende wending krijgt. Terwijl dat helemaal niet je bedoeling was. De deelnemer in de training snapte eigenlijk niet waarom ze deze reactie van haar collega’s kreeg. “Hoe kun je nou boos reageren als iemand je wijst op een afspraak die we gezamenlijk hebben gemaakt?” zei ze.

Goede vraag. Misschien vraag jij je dit ook wel af.

Er zijn twee factoren die een rol spelen

De eerste factor is dat veel mensen het vervelend vinden om aangesproken te worden. Ze krijgen het gevoel dat ze niet deugen in de ogen van degene die hen aanspreekt. Het voelt als kritiek. En niemand vindt het fijn om kritiek te krijgen. Jij vast ook niet. Veel mensen reageren vanuit schrik als ze worden aangesproken. Waardoor ze soms in de tegenaanval gaan en bijvoorbeeld zeggen: ‘Alsof jij altijd alles netjes achterlaat’. Of mensen schrikken en zeggen niks maar ze moeten wel even stoom afblazen, en dat doen ze dan bij een andere collega. Zo ontstaat gepraat over iemand in plaats van met iemand. De reden dat het als kritiek voelt is omdat je vaak ook een ‘waarom-vraag’ stelt. Bijvoorbeeld: waarom heb je de kar niet op tijd bijgevuld? Waarom heb je de technische dienst niet gebeld? Waarom kom je de afspraken niet na? Een hele logische vraag natuurlijk, maar door het woord ‘waarom’ voelt het voor de ander alsof hij op het matje wordt geroepen. Alsof hij bekritiseerd wordt. En voor je het weet heb je een vervelend gesprek. Terwijl je dat helemaal niet wilt. En je krijgt al helemaal niet het gewenste effect en dat is dat je collega voortaan meer oog heeft voor het bijvullen van de kar.

 

Een tweede factor dat zo’n gesprek vervelend wordt zit ‘m vaak ook in je eigen boosheid. Want je bent boos. En dat is logisch. Want het is echt heel vervelend om mis te grijpen. Vanuit boosheid hebben we de neiging om in gedachte een ander iets te verwijten. Zo zou je bijvoorbeeld de gedachte kunnen krijgen dat je collega de kantjes eraf loopt. Neem je deze gedachte mee in je gesprekje met je collega, dan zal ze dit voelen ook al zeg je het niet. Tegelijkertijd krijgt je collega vaak die hele lading over zich heen. Je vraagt hem naar de reden van het niet nakomen van de afspraak, terwijl je zelf nog boos bent. Dat komt dan vaak niet zo aardig uit je mond… En je weet hoe dat gaat: als iemand iets heel boos tegen je zegt, wordt je zelf ook al snel boos. Met andere woorden: jouw boosheid maakt je collega ook boos en helpt je collega niet om haar gedrag te veranderen.

De deelnemer in mijn training vertelde mij dat ze er eigenlijk heel erg van baalde dat ze haar collega’s niet meer aansprak. “Straks ben ik de enige die de kar nog staat bij te vullen, daar heb ik ook geen zin in!”. Dus besloten we in de training om het aanspreken te oefenen in regietheater en zo op zoek te gaan naar een manier om je collega’s aan te spreken zonder dat het een vervelend gesprek werd. We ontdekten het volgende:

 

Vraag niet naar de ‘waarom’, maar naar de reden dat iemand iets niet heeft gedaan. Dat levert vaak een meer ontspannen gesprek op. Vraag bijvoorbeeld: hoe komt het dat je de kar niet hebt bijgevuld? Of: Wat is de reden dat je de technische dienst niet hebt gebeld?

 

Dat voelt veel minder als kritiek en je geeft hiermee je collega de kans om uit te leggen wat de reden is dat hij zijn afspraken niet is nagekomen. Want laten we eerlijk zijn, soms is daar een hele goede reden voor. Vertel je collega ook wat het voor jou betekent als je misgrijpt op de kar. Het kost tijd, je moet op zoek naar materiaal. En ook wat het betekent voor de patiënt. Die moet wachten, het risico van infecties wordt groter.

 

Dit lijkt misschien raar. Ook de deelnemers in mijn training vond het gek om het helemaal uit te leggen. Ze zei: “Maar dat weet toch iedereen. Moet ik dit echt aan mijn collega uitleggen?” Toch kan het een enorm effect hebben. Als je collega weet wat het effect van haar gedrag is heeft ze de mogelijkheid om het bijvullen hoger op haar prioriteitenlijst te zetten. En jij hebt haar niet het gevoel gegeven dat je vindt dat ze de kantjes er af loopt.

Zo ontdekten de deelnemers met elkaar effectieve manieren om iemand aan te spreken zonder in een vervelende discussie te belanden.

Merk je dat de mensen in jouw team het ook lastig vinden om elkaar aan te spreken?

Je kunt hier snel en effectief aan werken met elkaar. Soms is een training van 3 uur al voldoende. Zeker wanneer we werken met regietheater. Neem gerust contact met me op om de mogelijkheden te bespreken. Of vraag je leidinggevende om contact met me op te nemen.

Waarom jij je druk maakt over dingen

Waarom jij je druk maakt over dingen waar een ander niet van wakker ligt

Wat zijn jouw overtuigingen?

Je kent het wel. Jij maakt je ergens heel druk om en een ander is de rust zelve. Of andersom. Iemand loopt zich op te winden en jij vraagt je oprecht af waarom. Waarom jij je druk maakt en een ander niet, heeft alles te maken met je overtuigingen in relatie tot datgene waar je je druk over maakt.

Je druk maken

Belemmerend of helpend

Overtuigingen zijn die gedachten en ideeën die veelal je gedrag sturen. De overtuiging dat je altijd aardig moet zijn, maakt dat je je aardig en vriendelijk gedraagt. De overtuiging dat je geen fouten mag maken, zorgt dat je perfectionistisch gedrag laat zien.


Overtuigingen kunnen belemmerend zijn, maar ook helpend. En heel veel overtuigingen vinden hun oorsprong in je jeugd. Vaak zijn het die dingen die je ouders tegen je zeiden toen je klein was: “Altijd goed je best doen hoor” Ook al is het met de beste bedoelingen gezegd, overtuigingen hebben invloed op je gedrag. Het is aan jou hoeveel waarde je de overtuiging toekent, oftewel: geloof je het of niet?

Angst speelt ook mee

Ook emoties hebben grote invloed op je overtuigingen. Gaat een overtuiging gepaard met angst, dan werkt het meestal belemmerend op je gedrag. ‘Ik moet altijd aardig zijn’. Deze overtuiging in combinatie met de angst er niet helemaal bij te horen, zorgt dat je wel uitkijkt om je boosheid te uiten terwijl dat misschien wel heel terecht is. En ondanks dat je zelf ook wel weet dat dit een irreële angst is, is het vaak wel een sturende kracht voor je gedrag.

Overtuigingen zijn persoonlijk

Iedereen heeft zo zijn persoonlijke overtuigingen, normen en waarden. Dat maakt dat de een zich druk maakt om dingen waar de ander niet van wakker zal liggen. Lastig? Ja soms kan dat lastig zijn. Maar het geeft ook sjeu aan samenwerking. Je kunt van een ander veel leren en de ander kan veel leren van jou. Het loont de moeite om je eigen overtuigingen goed te leren kennen. Niet om een perfecte mens te worden, maar om meer mildheid voor jezelf te creëren. Want mildheid is het medicijn om ontspanning te creëren wanneer je je weer eens erg druk maakt. Mildheid voor jezelf, en voor de ander.

Drie tips om je overtuigingen te herwaarderen

Je eigen overtuigingen kennen en deze, wanneer ze je belemmeren, herwaarderen helpt je om meer regie te pakken en minder stressgevoelig te zijn. En het goede nieuws is: dit kun je leren. Bijvoorbeeld door een belemmerende overtuiging te vervangen door een overtuiging die je helpt en rust geeft.
‘Ik moet aardig zijn’, wordt bijvoorbeeld: ‘Ik ben aardig voor anderen en ook voor mijzelf’.

 

Deze drie tips kunnen je helpen om je overtuiging te herwaarderen:

1. Is het waar? Check je gedachten bij je collega’s. Klopt het? Vaak merk je dat je collega’s het heel anders opvatten dan jij, dat geeft meteen rust.

2. Stop met de emotie te voeden. Overtuigingen die belemmerend werken gaan vaak gepaard met een emotie, meestal angst. Door niet in die emotie te gaan, geef je minder kracht aan de overtuiging.

3. Vraag hulp. Benoem dat je je druk maakt over iets. Dat je zorgen hebt of een angst hebt.

Hoe beter je je eigen overtuigingen kent, hoe meer jij de regie hebt

Het is niet altijd leuk om je eigen overtuigingen te bekijken, zeker niet om ze te benoemen. Leren doet een beetje zeer… Maar het gaat je meer regie opleveren en dat is zeker de moeite waard. Meer regie zorgt voor minder stress of spanning. De methode van het Tijdsurfen leert je met mildheid naar je eigen overtuigingen te kijken en hoe je deze kunt omzetten in helpende overtuigingen, zodat het een kracht wordt in plaats van een belemmering.

Leer je overtuigen kennen

Goede communicatie is enorm belangrijk in de zorg. Hierin ben je niet zo snel uitgeleerd. 

Wil je meer weten of een afspraak maken?

Klagen… Pfff zo vermoeiend!

Klagen… Pfff zo vermoeiend!

Je kent ze wel, collega’s die steen en been klagen

Dit is niet goed, dat is slecht geregeld. Ontevreden kijken zij om zich heen en je hoort bij elk nieuw plan een diepe zucht van vermoeidheid door de personeelsruimte gaan.

Daar gaan we weer…klaag, klaag, klaag. Klagende collega’s vreten energie. Ze zijn in staat om in hun eentje de sfeer binnen het team onder het nulpunt te brengen. Niemand wil werken met een notoir klagende collega. Maar wat is eigenlijk de reden dat mensen klagen? En kun je er iets aan doen?

Klagen is vermoeiend

Klagen levert iets op

Het lijkt misschien vreemd, maar klagen levert iets op. Klagers krijgen aandacht. Zij doen hardop hun beklag over een collega, de organisatie, een patiënt. Zij trekken daarmee vaker publiek dan zij die elke dag de loftrompet over het werk steken. Mensen zijn nu eenmaal meer gericht op dingen die fout gaan. Dat zien we elke dag in het nieuws, en in de krant.

Mensen klagen uit frustratie en onvrede. Het is een uitlaatklep en hoewel het soms best lekker is om stoom af te blazen, draagt klagen nooit bij aan een verbetering van de situatie. Maar de klager krijgt wel aandacht, ook al is het negatieve aandacht.

Klagen is reactief

Klagen doen mensen in reactie op een gebeurtenis, een besluit of een actie. Daarbij hebben veel klagers het gevoel dat ze geen invloed hebben, wat hun klaaggedrag alleen maar versterkt. Een klager staat als een toeschouwer in zijn/haar eigen leven en ondergaat al die nare dingen zonder er daadwerkelijk iets aan te doen. Bovendien is klagen slecht voor je gezondheid. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die klagen korter leven, vaker ziek zijn en minder vrienden hebben. Geen prettig scenario.

Minder klagen, hoe doe je dat?

Klagen zit in de mens, dus 100% klaagvrij zal waarschijnlijk niemand lukken. Een stuk minder klagen is zeker mogelijk. Drie tips die je helpen:

1. Richt je op dingen die goed gaan

Dit is een hele krachtige manier om positiever in het leven te staan. Voor elk ding dat niet goed gaat, zoek je er drie die wel goed gaan. Wanneer een collega iets doet waar je normaal over zou klagen, benoem je juist iets wat die collega goed doet.

2. Wees benieuwd

Gaat het niet naar je zin? Voel je onvrede met de situatie? Stel er vragen over en wees oprecht benieuwd naar het antwoord. Voer een gesprek met je collega over de reden dat zij zich op een bepaalde manier gedraagt. Informeer bij je manager wat de reden is van de voorgestelde veranderingen in de organisatie. Voel je dat je nog niet oprecht benieuwd bent naar het antwoord? Wacht dan even tot je wat bent gekalmeerd en ga dan het gesprek aan.

3. Bespreek jouw gevoelens

Van onrust, zorgen, boosheid of wat het dan ook bij je oproept. Dat maakt je wel wat kwetsbaar, maar het levert je meer op dan over de situatie klagen en niets doen.

Klagen

Zeven dagen zonder klagen

Er zijn meerdere challenges die je uitnodigen om een poosje zonder klagen door het leven te gaan. De meest gemakkelijke is ‘zeven dagen zonder klagen’. Probeer eens zeven dagen achter elkaar niet te klagen. Probeer het met het hele team, en hou elkaar scherp. Kijk eens wat dit doet met de sfeer in het team en met jouw energie.

Je kunt klagen over de duisternis, of je kunt een kaars aansteken

Wanneer het niet gaat zoals jij dat graag wilt heb je verschillende mogelijkheden om daar mee om te gaan. Je kunt het accepteren en er het beste van maken. Je kunt ook proberen om de situatie te veranderen. In beide gevallen hoef je niet te klagen. Dat is wel zo prettig.

Werken en leven zonder klagen

Wil je jezelf en je collega’s inzicht geven in hoe de werksfeer verbeterd kan worden?

Summertime, and the living is easy…

Summertime, and the living is easy…

De zomer lijkt soms wel een grote time-out

Zo half juni begint het te kriebelen, men gaat aftellen; hoeveel weken nog tot de vakantie. Sportclubs vieren het einde van het seizoen, op school gebeurt niet veel meer. Ook op het werk zie je dat het in de zomer allemaal een beetje anders verloopt. Collega’s zijn op vakantie, er zijn nauwelijks bijscholingen. De collega’s die nog niet op vakantie zijn zorgen dat alles goed door blijft draaien. En misschien is er wat meer ruimte op de dag, omdat bepaalde activiteiten een poosje in de wacht worden gezet. Tot september, als iedereen er weer is. En eigenlijk is die ruimte op de dag een geweldige kans voor de toekomst van je team.

Summertime easy live

Maak gebruik van de komkommertijd

Juist die periode waarin alles wat anders verloopt, en het misschien rustiger is, heb je de kans om deze relatieve rust te benutten. Bijvoorbeeld, door met elkaar te dromen over de toekomst van je team. Om plannen te maken. Je hoeft ze niet meteen uit te voeren, dat komt in de herfst wel.

Happy verpleegster

Verveling voedt je creativiteit

Ga tijdens een rustig moment op de dag eens zitten en kijk om je heen. Professioneel luieren, creëert ruimte voor nieuwe ideeën. Ideeën om je team te verbeteren, of om de zorg te verbeteren. Dit is voor veel zorgprofessionals een mooie uitdaging. Niets doen in de zorg? Het is bijna ondenkbaar. Misschien helpt het je om te bedenken dat je even bezig bent met niet doen. Dat klinkt al veel actiever dan niets doen. Niet doen levert ontspanning en rust. Zo creëer je een klein beetje vakantie tijdens je werk.

Durf te dromen

Skip een keer het teamoverleg en plan in plaats daarvan een ‘droomsessie’ met je team. Met elkaar ga je hardop dromen over jullie team. Wat zou je willen? Wat voor team zou je willen zijn? Hoe ziet jullie ideale werkdag er uit? Dromen mag altijd, je krijgt er energie van en het is leuk om dit met elkaar te doen. Leg je geen beperking op, bijvoorbeeld door steeds de uitvoerbaarheid van de plannen je dromen te laten doorkruisen. Plannen uitvoeren is voor de andere seizoenen, in de zomer mag je mijmeren.

Houdt opruiming

Ben je niet zo goed in stilzitten? Maak gebruik van de rust om flink de bezem te halen door de kasten van je afdeling. Wat kan weg? Wat moet blijven? Door ruimte te scheppen in de ruimtes waar je werkt, schep je ook ruimte in je hoofd. Dan kan er iets nieuws ontstaan. Sommige teams gebruiken de zomer om de aankleding van hun personeelskamer, of de gangen van de afdeling een opfrisbeurt te geven. Het is ook een mooie periode om al die klusjes die zijn blijven liggen op te pakken. Meldt alle kapotte apparaten aan bij de technische dienst en houdt in de gaten dat ze deze zomer allemaal gerepareerd worden. Zo zorg je voor een geweldige start na een mooie zomer.

Fijne zomer!

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team. 

Bouw een ZEN moment in

Bouw een ZEN moment in!

Gewoon zijn wie je bent

Een paar jaar geleden vroeg ik de deelnemers van een training om na de lunch in hun eentje een half uur te gaan wandelen. Meteen kwamen de vragen: ‘Wat is daar het nut van? Moet het per se alleen zijn? Waar moet ik naar toe wandelen’? Ik kon me die vragen wel voorstellen, maar ik zei: ‘Dat is niet van belang, het gaat er om dat je even alleen bent en wandelt. Een moment van zen. Niets hoeft, niets moet, gewoon zijn wie je bent. Alles is goed’.

Zen in je werk

Men ging op weg, en na een half uur zag ik hen een voor een terug komen. Het was alsof er een lijstje werd afgevinkt: ‘half uurtje gewandeld, CHECK. Wat gaan we nu doen?’


In de evaluatie werden alle onderdelen van de training positief beoordeeld, behalve die wandeling in je eentje; dat vond men een overbodige opdracht.

Zorgprofessionals zijn doeners

De meeste zorgprofessionals zijn doeners, we onderscheiden ons in ons vermogen om veel af te werken in korte tijd. En dat gaat heel lang, heel goed, daar ben ik van overtuigd. Maar ondertussen verwerken we een enorme hoeveelheid informatie op een dag. De wereld is letterlijk sneller geworden. Er moet steeds meer in steeds minder tijd. En je zult hier mee om moeten gaan, of je het nu leuk vindt of niet. Ik zie heel veel zorgprofessionals nog maar wat harder werken, nog maar wat langer door gaan, terwijl dit niet veel meer oplevert dat een burn-out of verlies van kwaliteit.
Aandacht is het sleutelwoord, om zowel prettig te werken als ook om goede kwaliteit te kunnen blijven bieden. Maar, is vaak de gedachte, aandacht kost tijd en tijd is nu precies iets wat we niet hebben.

Momenten van ZEN

Ik volg op dit moment een cursus over Tijdsurfen. De maker van de cursus is Paul Loomans, hij is zen monnik en bedacht het begrip Tijdsurfen. In zijn cursus heeft hij het over het inbouwen van een witje tussen twee taken in. Ik vind het een mooi begrip; een witje. Voor acteurs is dit een bekend begrip. Een witje is een korte stilte tussen twee teksten in, een moment van stilte, een moment waarin er iets moois kan ontstaan.

De Japanners hebben ook een naam voor een moment van ‘gevulde leegte’. Zij noemen het een MA. Zo noemen zij de ruimte in een leeg glas, een ma. En is de ruimte tussen een openstaand raam en het venster ook een ma. Wanneer je een ma inbouwt tussen twee taken in, zul je na verloop van tijd merken dat dit je enorm veel kan opleveren.

Het werkt pas wanneer je je aandacht erbij houdt

Zomaar even stil zijn, hoe je het ook noemt, is niet genoeg. Dan wordt het een taak op een doe lijstje dat je afvinkt nadat je het uitgevoerd hebt. Het sleutelwoord is aandacht. Een stilte is pas mooi wanneer zij wordt opgemerkt en wanneer je haar de ruimte geeft om er te zijn. Wanneer je regelmatig met aandacht een witje inbouwt gedurende je werkdag, zul je merken dat je met meer ontspanning, meer aandacht en meer opmerkzaamheid aanwezig bent. Je krijgt meer grip op je werk en je taken.


Dat betekent niet direct dat je vertraagt en dus langzamer gaat werken. Wellicht dat je tempo iets omlaag gaat, maar de kwaliteit van je werk gaat omhoog. Een witje inbouwen kan je helpen om iets te verwerken en af te ronden, zodat je het volgende met aandacht kunt starten.

Handen wassen

Op LinkedIn had ik een mooie uitwisseling met een kinderarts over dit onderwerp. Hij schreef dat hij het soms lastig vond om snel te schakelen tussen twee consulten in. Wat ik me zeer goed kan voorstellen. Hij heeft dagelijks te maken met zware dilemma’s en zeer zieke kinderen, afgewisseld met heel andere problemen die ook om volledige aandacht vragen.

 

Hij schreef dat hij altijd na een consult zijn handen wast. Ik stelde hem voor om van dat handen wassen een ritueel te maken waarin hij, in stilte, het afgeronde consult met het water kon loslaten, om zich daarna in stilte voor te bereiden op het volgende consult. Hij vond dat een goed idee en ging het zeker uitproberen.

 

En zo eenvoudig kan het zijn. Tijdens het handen wassen, tijdens het koffiedrinken, tijdens de lunch. Neem een ma, sluit in gedachten het voorgaande af, wees stil en richt je daarna op dat wat komen gaat. Met oprechte aandacht.

 

Zo help je jezelf om los te laten en om nieuwe energie op te doen, al is het maar drie minuten.
Wees je daarbij bewust van je handelingen, van je lichaam, en hoe je je voelt.
Momenten van ZEN tijdens je werk, ze zouden zomaar onmisbaar kunnen worden.

Wil je meer weten over Tijdsurfen?

Kijk op De stress ontknoping of bestel het boek ‘Ik heb de tijd’ van Paul Loomans.