Overslaan naar de hoofd content

Margreet Ridder

Een goede vraag die je helpt als je nee wilt zeggen

Een goede vraag die je helpt als je nee wilt zeggen

Maar wat als je geen nee dúrft te zeggen

Onlangs werkte ik met een dierbare collega samen tijdens een training met regietheater. We spelen en werken al jaren samen en zijn dus ook goed op elkaar ingespeeld. Je zou denken dat we, omdat we elkaar ook goed kennen, geen verrassingen meer voor elkaar hebben. Maar dat is dus niet het geval. Mijn collega verraste me met een prachtige opmerking die ook zichtbaar effect had bij de deelnemers.
Durf nee te zeggen

Het ging over ‘nee zeggen’ en hoe lastig dat is als je als zorgprofessional graag anderen helpt

Alle argumenten kwamen langs. Ik wil de ander niet teleurstellen. Iemand vraagt om hulp, dan moet ik die toch bieden, etc. Ook de argumenten om wel nee te zeggen kwamen voorbij. Ik kan er eigenlijk niets meer bij hebben. Ik werk al meer dan goed voor me is, etc. En toen stelde mijn collega de volgende vraag: “Als je ja zegt op het verzoek dat aan je wordt gedaan, waar zeg je dan nee tegen?” Het was even stil. De deelnemer dacht na en zei toen: ‘Als ik ja zeg op het verzoek, dan zeg ik nee tegen een stapel administratie die ligt te wachten, maar die nodig weg moet. Ik zeg nee tegen een vrije avond waar ik erg naar heb uitgekeken. Ik zeg nee tegen mijn gezin in het weekend omdat ik weet dat ik dan zal overwerken’.

We kunnen geen twee dingen tegelijk doen. Echt niet.

Hoezeer multitasken een kwaliteit lijkt te zijn die vooral vrouwen wordt toegedicht, het is niet waar. Niemand kan multitasken. Waar we wel heel goed in zijn is switchtasken. We kunnen heel snel schakelen van de ene naar de andere taak.

Als je ja zegt op een verzoek, dan zeg je nee tegen iets wat je in die tijd had kunnen doen. We zijn geneigd om taken als administratie, mailen, telefoontjes etc. op te schuiven zodat er ruimte is om aan een zorgvraag te voldoen. Maar dat betekent heel vaak dat je langer doorwerkt, of dat je thuis nog je mail beantwoordt of dat je zelfs op je vrije dag terugkomt voor een belangrijk overleg. Door te bedenken waar je nee tegen zegt, als je aan een vraag wilt voldoen, kun je een goede afweging maken. Heel vaak is er wel een alternatief te vinden. Je hoeft niet meteen klaar te staan als iemand je iets vraagt. Je hoeft niet meteen in de oplossing te schieten.

Neem gerust even bedenktijd en maak de afweging: ‘Als ik hier ja op zeg, waar zeg ik dan nee tegen?’

Herkenbaar?

Goede communicatie is enorm belangrijk in de zorg. En hierin ben je niet zo snel uitgeleerd. Wil je meer weten over hoe ik jou of jouw team kan helpen?

Anneke en de kracht van kwetsbaarheid

De kracht van kwetsbaarheid

Anneke is een doorzetter, een stoere pleeg die heel hard kan werken

Als Anneke iets in haar hoofd heeft dan krijgt ze het voor elkaar. Nu ligt ze overhoop met haar leidinggevende. Het is geen knalruzie, het is een stilzwijgende oorlog. Stilzwijgende oorlogen zijn veel lastiger dan een flinke discussie die de lucht klaart. Deze stilzwijgende oorlog duurt al twee jaar. Iedere keer als Anneke iets wil bereiken in haar team, ligt haar leidinggevende dwars. Beetje bij beetje voelt Anneke de grond onder haar voeten vandaan glijden.

De kracht van kwetsbaarheid

Anneke solliciteert op functies die vrijkomen, maar ze wordt met vage redenen afgewezen, of ze wordt niet eens uitgenodigd voor het gesprek. Ze vraagt een scholing aan, en dat wordt niet toegekend. Uiteindelijk solliciteert Anneke naar banen buiten haar afdeling. Dan maar weg van de plek waar ze met hart en ziel werkt, alles om uit de buurt van de leidinggevende te komen.

Ik zeg keer op keer: ‘Ga met haar praten.’ Anneke kijkt me aan alsof ik gek ben. Praten?

Nee hoor, ze vertrouwt haar leidinggevende niet meer. Ze kijkt wel uit om zich voor de leeuwen te gooien. Bovendien weet ze al precies wat haar leidinggevende zal zeggen. Namelijk dat ze niet geschikt is, dat ze niet functioneert, dat ze haar mond moet houden enzovoort, enzovoort. Anneke ziet meer heil in vertrekken naar misschien wel een minder leuke baan, dan blijven in een onhoudbare situatie.

Ik doe nog een poging. “Vertel haar wat het met jou doet, dat je niet op gesprek mag voor een functie waar je wel de kwalificaties voor hebt. Vertel haar dat je je onzeker voelt, dat je je zorgen maakt over jullie samenwerking. Vertel het haar en vraag haar of ze dat herkent. Wat heb je te verliezen?’ Anneke luistert en zegt niets.

Kwetsbaarheid

We ontmoeten elkaar na zo’n anderhalf jaar toevallig weer

Het is leuk om haar weer te zien, en ze vertelt met dezelfde passie over haar werk in het team waar ze dus nog steeds werkt. “Dus je bent niet weggegaan?’ vraag ik. ‘Nee, joh, nog veel leuker. Ik heb een nieuwe functie, precies die ik wilde’, zegt Anneke blij. Ik feliciteer haar en vraag of ze een andere leidinggevende heeft. Waarop Anneke zegt: ‘Nee, ik ben met haar gaan praten. Nog bedankt voor je advies indertijd. Het heeft enorm de lucht geklaard. We hebben nu veel meer begrip voor elkaar’. Haar leidinggevende had haar persoonlijk op de vrijgekomen functie gewezen, waarbij ze vertelde dat ze had ingezien dat ze Anneke voorheen teveel op persoonlijke gronden had beoordeeld, waardoor ze geen oog had gehad voor haar kwaliteiten.
Het klinkt eenvoudig, als ik Anneke’s verhaal hoor. Het enige wat ze hoefde te doen was over haar eigen schaduw kijken, de moed vatten om het gesprek met haar leidinggevende aan te gaan. Maar zo eenvoudig was het natuurlijk niet. Anneke zei: ‘Het koste me twee jaar om me kwetsbaar te durven opstellen. Het was heel spannend, maar ik ben zo blij dat ik het gedaan heb. Er zit kracht in kwetsbaarheid’.

Wat kun je doen wanneer je moeite hebt met het gedrag van een collega, of je leidinggevende?

1.Benoem altijd je gevoel! Zeg de ander wat het met jou doet. Lig je ervan wakker? Vertel dit. Maak je je zorgen? Zeg het en gebruik hiervoor de ik-boodschap. Dus praat vanuit jezelf, jouw gevoelens.

2.Stel vragen. Vraag de ander of het klopt wat jij benoemt? Bijvoorbeeld: “Ik heb het gevoel dat jij mij niet geschikt vindt voor zus of zo functie, klopt dat?” En wees oprecht benieuwd naar het antwoord van de ander. Het ergste wat je kan overkomen is dat de ander jouw gevoel bevestigd, maar dan weet je tenminste wel waar je aan toe bent.

3.Maak afspraken over jullie samenwerking. Botsende karakters zijn vaak de oorzaak van stilzwijgende oorlogen. Als je weet hoe de ander graag benaderd wil worden, kun je daar rekening mee houden. En dat geldt ook andersom zo. Wees eerlijk, vriendelijk en duidelijk. Daar kom je het verst mee.

Meer lezen over kwetsbaarheid? Brenė Brown schreef het boek: ‘de Kracht van Kwetsbaarheid’. Een echte aanrader! En er is een heel mooie TED talk over kwetsbaarheid van Brene Brown op youtube.

Weet jij het soms ook even niet meer?

Goede communicatie is enorm belangrijk in de zorg. En hierin ben je niet zo snel uitgeleerd. Wil je meer weten over hoe ik jou of jouw team kan helpen?

Klagen… Pfff zo vermoeiend!

Klagen… Pfff zo vermoeiend!

Je kent ze wel, collega’s die steen en been klagen

Dit is niet goed, dat is slecht geregeld. Ontevreden kijken zij om zich heen en je hoort bij elk nieuw plan een diepe zucht van vermoeidheid door de personeelsruimte gaan.

Daar gaan we weer…klaag, klaag, klaag. Klagende collega’s vreten energie. Ze zijn in staat om in hun eentje de sfeer binnen het team onder het nulpunt te brengen. Niemand wil werken met een notoir klagende collega. Maar wat is eigenlijk de reden dat mensen klagen? En kun je er iets aan doen?

Klagen is vermoeiend

Klagen levert iets op

Het lijkt misschien vreemd, maar klagen levert iets op. Klagers krijgen aandacht. Zij doen hardop hun beklag over een collega, de organisatie, een patiënt. Zij trekken daarmee vaker publiek dan zij die elke dag de loftrompet over het werk steken. Mensen zijn nu eenmaal meer gericht op dingen die fout gaan. Dat zien we elke dag in het nieuws, en in de krant.

Mensen klagen uit frustratie en onvrede. Het is een uitlaatklep en hoewel het soms best lekker is om stoom af te blazen, draagt klagen nooit bij aan een verbetering van de situatie. Maar de klager krijgt wel aandacht, ook al is het negatieve aandacht.

Klagen is reactief

Klagen doen mensen in reactie op een gebeurtenis, een besluit of een actie. Daarbij hebben veel klagers het gevoel dat ze geen invloed hebben, wat hun klaaggedrag alleen maar versterkt. Een klager staat als een toeschouwer in zijn/haar eigen leven en ondergaat al die nare dingen zonder er daadwerkelijk iets aan te doen. Bovendien is klagen slecht voor je gezondheid. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die klagen korter leven, vaker ziek zijn en minder vrienden hebben. Geen prettig scenario.

Minder klagen, hoe doe je dat?

Klagen zit in de mens, dus 100% klaagvrij zal waarschijnlijk niemand lukken. Een stuk minder klagen is zeker mogelijk. Drie tips die je helpen:

1. Richt je op dingen die goed gaan

Dit is een hele krachtige manier om positiever in het leven te staan. Voor elk ding dat niet goed gaat, zoek je er drie die wel goed gaan. Wanneer een collega iets doet waar je normaal over zou klagen, benoem je juist iets wat die collega goed doet.

2. Wees benieuwd

Gaat het niet naar je zin? Voel je onvrede met de situatie? Stel er vragen over en wees oprecht benieuwd naar het antwoord. Voer een gesprek met je collega over de reden dat zij zich op een bepaalde manier gedraagt. Informeer bij je manager wat de reden is van de voorgestelde veranderingen in de organisatie. Voel je dat je nog niet oprecht benieuwd bent naar het antwoord? Wacht dan even tot je wat bent gekalmeerd en ga dan het gesprek aan.

3. Bespreek jouw gevoelens

Van onrust, zorgen, boosheid of wat het dan ook bij je oproept. Dat maakt je wel wat kwetsbaar, maar het levert je meer op dan over de situatie klagen en niets doen.

Klagen

Zeven dagen zonder klagen

Er zijn meerdere challenges die je uitnodigen om een poosje zonder klagen door het leven te gaan. De meest gemakkelijke is ‘zeven dagen zonder klagen’. Probeer eens zeven dagen achter elkaar niet te klagen. Probeer het met het hele team, en hou elkaar scherp. Kijk eens wat dit doet met de sfeer in het team en met jouw energie.

Je kunt klagen over de duisternis, of je kunt een kaars aansteken

Wanneer het niet gaat zoals jij dat graag wilt heb je verschillende mogelijkheden om daar mee om te gaan. Je kunt het accepteren en er het beste van maken. Je kunt ook proberen om de situatie te veranderen. In beide gevallen hoef je niet te klagen. Dat is wel zo prettig.

Werken en leven zonder klagen

Wil je jezelf en je collega’s inzicht geven in hoe de werksfeer verbeterd kan worden?

Summertime, and the living is easy…

Summertime, and the living is easy…

De zomer lijkt soms wel een grote time-out

Zo half juni begint het te kriebelen, men gaat aftellen; hoeveel weken nog tot de vakantie. Sportclubs vieren het einde van het seizoen, op school gebeurt niet veel meer. Ook op het werk zie je dat het in de zomer allemaal een beetje anders verloopt. Collega’s zijn op vakantie, er zijn nauwelijks bijscholingen. De collega’s die nog niet op vakantie zijn zorgen dat alles goed door blijft draaien. En misschien is er wat meer ruimte op de dag, omdat bepaalde activiteiten een poosje in de wacht worden gezet. Tot september, als iedereen er weer is. En eigenlijk is die ruimte op de dag een geweldige kans voor de toekomst van je team.

Summertime easy live

Maak gebruik van de komkommertijd

Juist die periode waarin alles wat anders verloopt, en het misschien rustiger is, heb je de kans om deze relatieve rust te benutten. Bijvoorbeeld, door met elkaar te dromen over de toekomst van je team. Om plannen te maken. Je hoeft ze niet meteen uit te voeren, dat komt in de herfst wel.

Happy verpleegster

Verveling voedt je creativiteit

Ga tijdens een rustig moment op de dag eens zitten en kijk om je heen. Professioneel luieren, creëert ruimte voor nieuwe ideeën. Ideeën om je team te verbeteren, of om de zorg te verbeteren. Dit is voor veel zorgprofessionals een mooie uitdaging. Niets doen in de zorg? Het is bijna ondenkbaar. Misschien helpt het je om te bedenken dat je even bezig bent met niet doen. Dat klinkt al veel actiever dan niets doen. Niet doen levert ontspanning en rust. Zo creëer je een klein beetje vakantie tijdens je werk.

Durf te dromen

Skip een keer het teamoverleg en plan in plaats daarvan een ‘droomsessie’ met je team. Met elkaar ga je hardop dromen over jullie team. Wat zou je willen? Wat voor team zou je willen zijn? Hoe ziet jullie ideale werkdag er uit? Dromen mag altijd, je krijgt er energie van en het is leuk om dit met elkaar te doen. Leg je geen beperking op, bijvoorbeeld door steeds de uitvoerbaarheid van de plannen je dromen te laten doorkruisen. Plannen uitvoeren is voor de andere seizoenen, in de zomer mag je mijmeren.

Houdt opruiming

Ben je niet zo goed in stilzitten? Maak gebruik van de rust om flink de bezem te halen door de kasten van je afdeling. Wat kan weg? Wat moet blijven? Door ruimte te scheppen in de ruimtes waar je werkt, schep je ook ruimte in je hoofd. Dan kan er iets nieuws ontstaan. Sommige teams gebruiken de zomer om de aankleding van hun personeelskamer, of de gangen van de afdeling een opfrisbeurt te geven. Het is ook een mooie periode om al die klusjes die zijn blijven liggen op te pakken. Meldt alle kapotte apparaten aan bij de technische dienst en houdt in de gaten dat ze deze zomer allemaal gerepareerd worden. Zo zorg je voor een geweldige start na een mooie zomer.

Fijne zomer!

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team. 

Bouw een ZEN moment in

Bouw een ZEN moment in!

Gewoon zijn wie je bent

Een paar jaar geleden vroeg ik de deelnemers van een training om na de lunch in hun eentje een half uur te gaan wandelen. Meteen kwamen de vragen: ‘Wat is daar het nut van? Moet het per se alleen zijn? Waar moet ik naar toe wandelen’? Ik kon me die vragen wel voorstellen, maar ik zei: ‘Dat is niet van belang, het gaat er om dat je even alleen bent en wandelt. Een moment van zen. Niets hoeft, niets moet, gewoon zijn wie je bent. Alles is goed’.

Zen in je werk

Men ging op weg, en na een half uur zag ik hen een voor een terug komen. Het was alsof er een lijstje werd afgevinkt: ‘half uurtje gewandeld, CHECK. Wat gaan we nu doen?’


In de evaluatie werden alle onderdelen van de training positief beoordeeld, behalve die wandeling in je eentje; dat vond men een overbodige opdracht.

Zorgprofessionals zijn doeners

De meeste zorgprofessionals zijn doeners, we onderscheiden ons in ons vermogen om veel af te werken in korte tijd. En dat gaat heel lang, heel goed, daar ben ik van overtuigd. Maar ondertussen verwerken we een enorme hoeveelheid informatie op een dag. De wereld is letterlijk sneller geworden. Er moet steeds meer in steeds minder tijd. En je zult hier mee om moeten gaan, of je het nu leuk vindt of niet. Ik zie heel veel zorgprofessionals nog maar wat harder werken, nog maar wat langer door gaan, terwijl dit niet veel meer oplevert dat een burn-out of verlies van kwaliteit.
Aandacht is het sleutelwoord, om zowel prettig te werken als ook om goede kwaliteit te kunnen blijven bieden. Maar, is vaak de gedachte, aandacht kost tijd en tijd is nu precies iets wat we niet hebben.

Momenten van ZEN

Ik volg op dit moment een cursus over Tijdsurfen. De maker van de cursus is Paul Loomans, hij is zen monnik en bedacht het begrip Tijdsurfen. In zijn cursus heeft hij het over het inbouwen van een witje tussen twee taken in. Ik vind het een mooi begrip; een witje. Voor acteurs is dit een bekend begrip. Een witje is een korte stilte tussen twee teksten in, een moment van stilte, een moment waarin er iets moois kan ontstaan.

De Japanners hebben ook een naam voor een moment van ‘gevulde leegte’. Zij noemen het een MA. Zo noemen zij de ruimte in een leeg glas, een ma. En is de ruimte tussen een openstaand raam en het venster ook een ma. Wanneer je een ma inbouwt tussen twee taken in, zul je na verloop van tijd merken dat dit je enorm veel kan opleveren.

Het werkt pas wanneer je je aandacht erbij houdt

Zomaar even stil zijn, hoe je het ook noemt, is niet genoeg. Dan wordt het een taak op een doe lijstje dat je afvinkt nadat je het uitgevoerd hebt. Het sleutelwoord is aandacht. Een stilte is pas mooi wanneer zij wordt opgemerkt en wanneer je haar de ruimte geeft om er te zijn. Wanneer je regelmatig met aandacht een witje inbouwt gedurende je werkdag, zul je merken dat je met meer ontspanning, meer aandacht en meer opmerkzaamheid aanwezig bent. Je krijgt meer grip op je werk en je taken.


Dat betekent niet direct dat je vertraagt en dus langzamer gaat werken. Wellicht dat je tempo iets omlaag gaat, maar de kwaliteit van je werk gaat omhoog. Een witje inbouwen kan je helpen om iets te verwerken en af te ronden, zodat je het volgende met aandacht kunt starten.

Handen wassen

Op LinkedIn had ik een mooie uitwisseling met een kinderarts over dit onderwerp. Hij schreef dat hij het soms lastig vond om snel te schakelen tussen twee consulten in. Wat ik me zeer goed kan voorstellen. Hij heeft dagelijks te maken met zware dilemma’s en zeer zieke kinderen, afgewisseld met heel andere problemen die ook om volledige aandacht vragen.

 

Hij schreef dat hij altijd na een consult zijn handen wast. Ik stelde hem voor om van dat handen wassen een ritueel te maken waarin hij, in stilte, het afgeronde consult met het water kon loslaten, om zich daarna in stilte voor te bereiden op het volgende consult. Hij vond dat een goed idee en ging het zeker uitproberen.

 

En zo eenvoudig kan het zijn. Tijdens het handen wassen, tijdens het koffiedrinken, tijdens de lunch. Neem een ma, sluit in gedachten het voorgaande af, wees stil en richt je daarna op dat wat komen gaat. Met oprechte aandacht.

 

Zo help je jezelf om los te laten en om nieuwe energie op te doen, al is het maar drie minuten.
Wees je daarbij bewust van je handelingen, van je lichaam, en hoe je je voelt.
Momenten van ZEN tijdens je werk, ze zouden zomaar onmisbaar kunnen worden.

Wil je meer weten over Tijdsurfen?

Kijk op De stress ontknoping of bestel het boek ‘Ik heb de tijd’ van Paul Loomans.

Aandacht als luxe artikel

Aandacht als luxe artikel

Mijn moeder belt me op: ‘kom je me even ophalen?

‘Ik zit met Annie bij de spoedpost van het ziekenhuis’.

Annie is een vriendin van mijn moeder, ze is alleenstaand, 81 jaar en heeft onlangs een nieuwe heup gekregen. Ter revalidatie logeert zij een paar weken in een verzorgingstehuis, maar nu had ze ook last van haar maag gekregen. Na vier dagen tobben is zij met de ambulance naar de spoedpost gebracht. Mijn moeder ging met haar mee, en nu zaten ze samen uren te wachten. Op de gang van de spoedpost. Want er was geen traumakamer beschikbaar. Daar hadden de dames alle begrip voor, ook al was het wel wat raar om uren langs de wand van een gang te zitten en liggen. Ze keken naar het voorbij rennen van verpleegkundigen en artsen.

Aandacht luxe

Toen ik binnenkwam, waren ze net naar een lege traumakamer overgebracht. Vanaf daar zouden ze wachten op een plekje op de afdeling. Even rust en ze kregen ze iets te eten. Twee kleffe witte boterhammen, met een kopje automatenkoffie. Ik vond het er niet aantrekkelijk uitzien, maar de beide dames genoten van de maaltijd. Niet zo gek, na 3 uur wachten, voorafgegaan door de schrik van de acute opname, het ambulanceritje en alle zenuwen.

 

De vrijwilligster die mij ook koffie aanbood, was bijna net zo oud als mijn moeder, en erg aardig. ‘Gelukkig dat zij er is’, zei Annie, ‘anders hadden we nooit iets te eten gekregen’. Terwijl we wachtten, luisterde ik naar de observaties van de beide dames. ‘Ze hebben het zo druk hier. Ze vliegen door de gang. En wat zijn ze jong he.’

 

Mijn moeder vertelt met enige pret over de zuster die bij tijd en wijle langs vliegt om bloed te prikken, een ECG te maken en wat al niet meer‘Daar valt niet mee te spotten hoor. Als het ziekenhuis instort zorgt zij dat de boel toch blijft draaien’, zegt mijn moeder. ‘Ze kwam net zeggen dat Annie naar de afdeling mag, maar ze gaat eerst eten, voordat ze Annie kan overdragen’.

 

De tijd tikt verder, we wachten. Dan komen twee verpleegkundigen de kamer op. Ze hebben een rolstoel bij zich, tijd om naar de afdeling te gaan.

 

Ik kijk naar de scène die zich nu afspeelt. De spoedzuster, (waar je inderdaad niet mee kan spotten), neemt luid en duidelijk de regie. Zonder iemand van ons aan te kijken, pakt ze de arm van Annie, waardoor ze duidelijk maakt dat Annie moet opstaan, en in de rolstoel moet plaatsnemen. Ondertussen draagt ze over aan haar collega. “MEVROUW HEEFT EEN BOTERHAMMETJE GEGETEN, MORGEN KRIJGT ZE DE GASTRO”, schalt het door de kamer en waarschijnlijk ook over de gang. De afdelingszuster geeft ons ondertussen een hand, waarbij ze zich voorstelt. Haar naam gaat verloren in de luide overdracht van de spoedzuster.

 

Na het lange, lange wachten wordt er nu tempo verwacht. Mijn moeder springt zo ongeveer in de houding, ze graait snel de tas van Annie en haar eigen spullen bij elkaar. Ook Annie wordt subtiel tot spoed gemaand, maar dat gaat langs haar heen. Op gemak fatsoeneert ze haar kleding voordat zij plaatsneemt in de rolstoel. En waarom zou ze de signalen oppakken als er ondertussen over haar gesproken wordt, en niet met haar.

 

‘Staat íe op de rem?’ vraagt ze. Geen antwoord, ze gaat toch maar in de rolstoel zitten. Ik gris haar jas van een haakje en we rennen achter de afdelingszuster aan, die nog steeds in gesprek is met de spoedzuster. Het overdragen is overgegaan in collegiaal gebabbel. ‘Zit jij alweer in de nachtdienst?’ Nee, collega is vorige week vrij geweest, ze hebben elkaar al een aantal weken niet gezien. Zonder afscheid te nemen, beent de spoedzuster de gang weer op. Een zekere rust komt over ons terwijl we richting de afdeling lopen.

 

Zodra we op de zaal komen maakt de rust plaats voor handelen van de zuster. Computer opstarten, bloeddruk meten, saturatie meten. Alles gaat snel, zonder ook maar enige tekst en uitleg krijgt Annie de bloeddrukband om haar arm, het saturatiemetertje op haar vinger. Mijn moeder en ik voelen ons een beetje ongemakkelijk, we zijn teveel in deze kamer, en besluiten dat we beter kunnen gaan. Dat mag pas als mijn moeder haar gegevens heeft achtergelaten. Die moeten in de computer die maar niet wil opstarten.

 

De band van de bloeddrukmeter knijpt stevig in de arm van Annie. Ondertussen zoeken mijn moeder en ik naar een handige plek voor de wandelkruk van Annie, voor als ze naar het toilet moet. ‘Dat kleine stukje kan ik wel zonder kruk lopen’ zegt ze dapper. De zuster reageert dat er op de kamer zelf geen toilet is. In hoog tempo legt ze uit waar het toilet is. Annie knikt, enigszins verbaasd over het ontbreken van het toilet. Ik vraag me af of ze de routebeschrijving kan volgen, ondertussen gaat de band om haar arm weer in de knijpstand.

 

De medische zorg voor Annie is uitstekend. Haar lichaam krijgt de zorg die het nodig heeft. Alleen zijzelf schiet een beetje te kort. Geen tijd voor een praatje, geen tijd voor een belangstellende vraag. Geen tijd voor aandacht. Annie berust er in, ze is het inmiddels wel gewend, ook in het verzorgingstehuis waar ze een paar weken revalideert, rent het zorgpersoneel, zonder echt contact, de kamer in en uit.

 

Begrijp me goed, ik verwijt de twee zusters uit dit verhaal niets. De zorg is de laatste jaren dusdanig uitgekleed dat alleen handelen in hoog tempo nog mogelijk lijkt. Ik zie ook dat de twee jonge zusters proberen te overleven in de waan van de dag. Wellicht dat zij uit zelfbescherming geen oog meer hebben voor de mens Annie en alle andere patiënten waar ze voor zorgen.

 

Waar ik me zorgen over maak is wat er zal gebeuren als we dit normaal gaan vinden. En zo ver zijn we bijna. Aandacht, contact, zachtheid, het zijn die dingen die het werken in de zorg mooi maken en die waarde toevoegen aan de kwaliteit van onze zorg. Laat dit alsjeblieft geen luxeartikel worden.

Heeft jouw team wat aandacht nodig?

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team.

Wat was ook alweer de bedoeling?

Wat was ook alweer de bedoeling?

Fietsvakantie

Niet zo lang geleden vertelde iemand me een mooi verhaal over zijn zomervakantie en hoe hij en zijn vrouw iets belangrijks leerden toen de vakantie in het water dreigde te vallen. Jacques en zijn vrouw Willeke hadden het plan opgevat om op fietsvakantie te gaan. Het leek hen heerlijk om elke dag door mooi landschap te fietsen, genietend van de omgeving, de wind door de haren, het zonnetje. Ze zagen het helemaal voor zich.

Wat was de bedoeling

Toen de betreffende vakantie aanbrak vertrokken ze met hun fietsen richting het zuiden. Alleen, het weer zat enorm tegen. In plaats van dat mooie zonnetje, regende het elke dag uren achter elkaar. Het was koud en ze hadden heel vaak tegenwind.

 

Op de vierde dag van hun vakantie waren ze allebei moe, nat, koud en flink chagrijnig. Was dit die mooie vakantie waar ze zo naar uit hadden gekeken? Ze besloten om in ieder geval die avond in een hotel te overnachten in plaats van te kamperen in het kleine tentje dat ze meegenomen hadden.
In het hotel bespraken ze uitgebreid hun teleurstelling en frustratie. Wat een pech. De hele vakantie in het water gevallen. ‘We kunnen net zo goed naar huis gaan’ Ze zaten een poosje stil naast elkaar. Ineens zei Willeke: ‘Wat was ook alweer de bedoeling?

 

Was het de bedoeling dat we naar het zuiden zouden fietsen of was het de bedoeling dat we een mooie vakantie zouden hebben’? ‘Dat laatste’ antwoordde Jaques. Waarop Willeke zei: ‘Dan gaan we er een mooie vakantie van maken’

 

En dat deden ze. Ze gooiden hun plannen om, stapten met fiets en al op de trein naar Frankrijk waar het prachtig weer was, en daar genoten ze van een geweldige vakantie. Wanneer dingen anders lopen dan je had bedacht of had gepland is het beste wat je kunt doen, terug keren naar de intentie. Wat was ook alweer de bedoeling? Dat geldt niet alleen voor vakanties, dat geldt ook voor je werk en leven.

 

Zeker wanneer je in je werk even de richting kwijt raakt door extreme drukte of uitval van collega’s. Neem de tijd om met elkaar te bekijken wat ook alweer de bedoeling was, en bepaal van daaruit opnieuw je route.

 

Bij Jaques en Willeke was het de bedoeling om een fijne vakantie te hebben met mooi weer. Ze dachten dit in het zuiden van Nederland te vinden maar dat viel tegen. Door de plannen om te gooien bereikten ze wel hun doel.

Vaak vergeten we de bedoeling wanneer we in actie komen om de bedoeling werkelijkheid te laten worden. Dan focussen we ons teveel op het bedachte middel. Maar er zijn vele wegen die naar Rome leiden, je kunt altijd een ander pad kiezen. Als je de bedoeling maar goed voor ogen houdt.

Mensen die gefrustreerd raken door allerlei zaken die tegen zitten, gaan zich ook zodanig gedragen. Ze zijn sneller boos, ergeren zich aan van alles en nog wat en worden zelfs cynisch. Je kunt daar zelf ook weer gefrustreerd van raken, maar dan gaat het van kwaad tot erger.

 

Juist dan is het goed om er eens rustig voor te gaan zitten en met elkaar te praten over wat de bedoeling ook alweer was. Daarbij moet je goed opletten dat je niet in een klaagsessie beland over wat er allemaal mis gaat. Klagen om even stoom af te blazen is prima, daarna ga je over tot constructief verkennen wat ook alweer de bedoeling was en of er een andere route is. Zo houdt je het werk leuk en je collega raakt niet in een burn-out.

Binnenkort start ik met de nieuwe training rond passie en bezieling in je werk. De bedoeling komt in deze training uiteraard ook aan bod. Hoe de training er uit gaat zien, kan ik je nog niet vertellen. Dat hoeft ook niet. Het is belangrijker om te weten wat de training je gaat opleveren. Dat kan ik je al wel vertellen.

Meer verbinding in je team, meer plezier in het werk, hervonden focus wat je als team wilt en hoe je dat voor elkaar gaat krijgen. Je leert je collega’s op een heel andere manier kennen in deze sprankelende training.

 

Ben je nu al nieuwsgierig?

Wil je meer weten over mijn dienstverlening? Coaching, Trainingen en Theater. Ik bied verschillende leervormen aan. Voor jou als individu of jullie als team.

Met een doel voor ogen, ligt succes onder handbereik

Met een doel voor ogen, ligt succes binnen handbereik

Dromen over later

Wat wil je later worden als je groot bent? Al op de kleuterschool werd ons deze vraag gesteld. En het is ontzettend leuk om de dromen van vier- en vijfjarigen te horen. Mijn oudste dochter wilde leeuwentemmer worden, mijn jongste dochter elfje. Ik kon uren naar hun verhalen luisteren over hoe ze dat zouden gaan bereiken. Ik weet inmiddels precies hoe je een elfje wordt. 🙂
Succes binnen handbereik

Als kinderen opgroeien wordt kiezen steeds belangrijker. Opleiding en studiekeuze bepalen voor een groot deel hun toekomst, ze moeten een afgewogen keuze maken. Maar als de keuze goed is, en ze het doel voor ogen hebben, dan gaan ze er voor.Elk succes begint met een doel voor ogen. Eerst ga je dromen; wat zou ik graag willen? Daarna stel je jezelf een doel om die droom werkelijkheid te laten worden. En dan ga je kijken naar de weg daar naartoe. Hoe zal ik dat aanpakken?

 

Het leuke van de weg is dat die niet vastligt. Je kunt gaandeweg andere afslagen proberen. Je kunt zelfs vanwege een afslag je doel bijstellen, zoals mijn dochter ontdekt heeft dat elfje toch niet de juiste beroepskeuze voor haar is. Je kunt je leven lang leren en ontwikkelen.

Missie en visie

Alle organisaties hebben tegenwoordig een aantal grote doelen die zij willen bereiken; de zogenaamde missie van de organisatie. Op vrijwel elke website kun je het missiestatement van de organisatie vinden. Bijvoorbeeld: ‘Het meest verbonden ziekenhuis van 2016’ (missie Reinier de Graaf) of ‘To have a significant impact on healthcare’ (missie RadboudUMC).


Vanuit een missie wordt de visie ontwikkeld. De visie zegt iets over de manier waarop men dit doel wil bereiken. De weg er naar toe. Bijvoorbeeld de visie van het Radboud: ‘dit doen wij door steeds voorop te lopen in diagnostiek en behandeling, in het vergroten en delen van kennis, in het voorkomen van ziekte en in de wijze waarop zorg wordt verleend en ontvangen. Deze visie zegt iets over de manier waarop het Radboud haar zorg organiseert, wat zij belangrijk vindt. Vanuit deze visie mag je verwachten dat scholing en innovatie een prominente plaats inneemt in deze organisatie.

Groot en klein

Wanneer je een duidelijk doel voor ogen hebt, wordt het zoeken naar de weg gemakkelijker. Je hebt iets om je op te richten. Een doel hoeft niet perse iets groots te zijn; kleine doelen zijn ook doelen. Zo nemen veel mensen zich elk jaar iets voor. Dat valt onder de categorie doelen stellen. Maar, wanneer het bij alleen een voornemen blijft is de kans heel groot dat men het niet haalt. Naast het wat (je voornemen), moet je ook nadenken over het hoe. (de weg ernaar toe).

Proberen

Je kunt het stellen van doelen morgen al proberen. Stel jezelf eens een klein doel wanneer je met een collega in gesprek gaat. Wat wil je op zijn minst bereikt hebben aan het einde van het gesprek? Hoe ga je dat aanpakken? En let dan eens op het gevoel dat je krijgt wanneer je het voorgenomen doel hebt bereikt. Daar krijg je energie van. Je wordt er blij van.Voorbereiden op gesprekken is altijd een goed idee, je iets voornemen is altijd een goed idee. Je moet er wel voor zorgen dat het doel haalbaar is. Als je de lat te hoog legt levert je dat alleen maar frustratie op, daar heb je niets aan. Door je een doel te stellen ga je met meer aandacht een gesprek voeren en dat levert een beter gesprek op. Op die manier hebben ook de kleine gesprekjes zin en kun je er succes mee boeken.


Zo houdt je jezelf altijd scherp. Stephen Covey schrijft in zijn boek: ‘De Zeven Eigenschappen van Effectief Leiderschap’: Begin met het einddoel voor ogen.

Teamdoel

Ook als team heeft het zin om met elkaar een doel na te streven en het pad daar naartoe gezamenlijk uit te stippelen. Wat willen wij met dit team bereiken? Wat zijn onze kwaliteiten, wat willen we leren en ontwikkelen? Het is aangetoond dat teams die werken met een gezamenlijk doel meer succes boeken. Bovendien vinden mensen het heel leuk om in zo’n team te werken. Men houdt elkaar scherp, neemt initiatief om resultaten te behalen en men helpt elkaar om betere professionals te worden. Dat levert heel veel positieve energie op die ook de cliënten/patiënten zullen opmerken. Teams die met aandacht aan hun ontwikkeling werken staan bekend als die goeddraaiende teams waar niet veel gedoe is. Die teams waar de neuzen dezelfde kant op staan en men met veel plezier naar het werk gaat.

Teamdiagnose

Wanneer je met je team een gezamenlijk doel formuleert en je een visie ontwikkelt over hoe je dit met elkaar gaat bereiken, dan ben je al bezig met de ontwikkeling van je team. Teamontwikkeling kent een aantal fasen. Soms zit je onbewust met je team al in een gevorderde fase, soms blijk je met een team dat al jaren samenwerkt nog in de beginfase te zitten. Ben je benieuwd in welke fase jouw team zit, vraag dan eens de gratis teamdiagnose aan. Tijdens een telefonische sessie van ongeveer 30 minuten ontdek je in welke fase je team zit en wat er nodig is om door te groeien naar de volgende fase. Ook ontdek je wat er nodig is om van een zeven naar een acht te groeien en hoe ik je daarbij kan helpen. Heb je interesse in de gratis teamdiagnose en ben je leidinggevende? Stuur een mail naar info@margreetridder.nl o.v.v. je naam, telefoonnummer, organisatie, teamgrootte en de tijden waarop je te bereiken bent. Dan neem ik snel contact met je op voor het maken van een afspraak voor de teamdiagnose.

Kennismaken?

Wil je meer weten over mijn werkwijze? 

Neem gerust contact met me op en dan kijken we samen op welke manier ik je team kan helpen.

7 tips om je grenzen aan te geven

7 tips om je grenzen aan te geven

Stop! Zeven tips om je grenzen aan te geven.

Als er iets is wat veel zorgprofessionals moeilijk vinden, dan is het wel hun eigen grenzen aangeven. Heel vaak loopt men net even te lang door. Er is altijd nog wel ergens een beetje rek in het ‘elastiek van wat je aankunt’, en voor veel zorgprofessionals lijkt dat elastiek oneindig rekbaar. Ik weet er alles van, ik was ook een zorgprofessionals die het moeilijk vond om nee te zeggen. Zeg maar eens nee tegen iemand die jouw hulp nodig heeft. Kap maar eens een gesprek af met iemand die duidelijk om een praatje verlegen zit, en zijn/haar hart bij je lucht.

7 tips grenzen aangeven

De zorgprofessional heeft het er maar moeilijk mee

Ik merk dat tijdens de trainingen die ik geef; het thema grensoverschrijdend gedrag komt altijd aan de orde, altijd! Maar als je elastiek te vaak uitrekt, dan is op een dag de rek er uit en loop je regelrecht tegen een burn-out aan. Veel zorgprofessionals geven grensoverschrijdend gedrag aan als mede veroorzaker van hun burn-out.

Door zelf je grenzen beter aan te kunnen geven, kun je goed met grensoverschrijdend gedrag omgaan. Het is echt zo simpel, maar ja: hoe doe je dat? Het begint met te ontdekken waar voor jou de grens ligt.

Subjectief

Een grens is iets subjectiefs, je kunt niet in een boek lezen waar de grens ligt voor de zorgprofessional. Je zult je eigen grenzen moeten ontdekken en hiernaar luisteren. Over je grens gaan is niet zo heel moeilijk, ervoor zorgen dat je het niet doet is veel lastiger. Wat voor de een nog toelaatbaar is, is voor de ander teveel. Dat wil niet zeggen dat je altijd en overal binnen je grens dient te blijven. Je kunt gerust een keer de grens een beetje oprekken en iets meer van jezelf vragen dan je anders zou doen. Neemt niet weg dat je op moet letten dat je dit maar zo af en toe doet. Structureel over je grens gaan levert je een burn-out op, af en toe de grens wat oprekken levert je misschien wel meer durf en kennis op.

Kwestie van balans

Zoals bij veel dingen is ook hier het vinden van de juiste balans belangrijk. Binnen je team praten over grenzen en hoe je daar individueel, maar ook als team, mee om wilt gaan is net zo belangrijk. Je leert begrip te krijgen voor elkaars grenzen en je kunt elkaar helpen om de grens een beetje op te rekken waar dat gewenst is. Of om juist de grens duidelijker aan te geven waar dat van jullie gevraagd wordt. Naast het bespreken in je team is er ook al veel dat je zelf kunt doen wanneer je merkt dat je snel over je grenzen heen gaat. Hier zijn alvast een aantal praktische tips waar je mee aan de slag kunt.

1. het begint altijd bij jezelf. Ontdek wat je wilt en wat je niet wilt en neem dat serieus! Leer om goed naar jezelf te luisteren, naar de signalen van je lichaam. Ben je moe? Zeg eens een afspraak af en ga eerder naar bed om uit te rusten.

2. gebruik de ik-boodschap. Wanneer je je grens aangeeft, zeg dan: Ik vind dit niet prettig. Hierbij laat je duidelijk merken dat het om jouw grens gaat en dat je daar naar luistert.

3. neem een time-out. Gun jezelf bedenktijd als dat nodig is. Zeg: ik wil hier even over nadenken. En geef aan wanneer je erop terugkomt. Zo heb je tijd om een weloverwogen beslissing te nemen. Je nee is meer overwogen, maar als je besluit om ja te zeggen is dit meer waard, omdat je er ook echt zelf voor gekozen hebt.

4. denk even mee voor een alternatief. Jij zegt nee, maar dat betekent niet dat je niet mee kunt denken of er meer mogelijkheden zijn om het probleem om te lossen. Vaak is er ook een alternatief dat net zo goed werkt.

5. probeer het van de andere kant te bekijken. Wanneer iemand je iets vraagt wat je niet wilt, en je durft geen nee te zeggen, bekijk het dan eens van de andere kant. Als jij iemand iets zou vragen en diegene zegt nee, zou je dat accepteren? Bedenk dat de ander het ook zal accepteren als jij een keer nee zegt.

6. neem de regie. Door zelf de regie te nemen, bijvoorbeeld bij langdradige gesprekken, hou je de touwtjes in handen. De regie nemen doe je door je proactief op te stellen; ik ga u onderbreken, ik ga u een paar vragen stellen, ik ga nu het gesprek afronden. Voor menig zorgprofessionals komen deze zinnen een beetje kattig over, maar wanneer je toon rustig en vriendelijk is zal dat niet zo worden geïnterpreteerd door de ander. Vaak zijn diegenen die lang van stof zijn ook niet zo goed met grenzen. Dus neem de regie.

7. maak afspraken met jezelf en hou je daar aan. Wanneer je bijvoorbeeld weet dat je het nodig hebt om tenminste 1 dag in de week helemaal voor jezelf te hebben, maak daar met jezelf een afspraak over en hou je daar aan. Op deze manier neem je jezelf en dus ook je eigen grenzen serieus, en dat helpt je enorm bij het opkomen voor jezelf.

Nooit meer JA?

Je grens aan kunnen geven wil helemaal niet zeggen dat je het woord JA uit je woordenboek schrapt. Het gaat er om dat je met meer respect naar jezelf luistert, en ervoor zorgt dat je niet leegloopt op je werk. Je grens aan kunnen geven is een teken dat je goed voor jezelf kunt zorgen. Goed voor jezelf kunnen zorgen is een voorwaarde om goed voor een ander te kunnen zorgen.

Wil je ook je grenzen leren aangeven?

Neem gerust contact met me op als ik je hierbij kan helpen.

Roddelen is zoooo niet van deze tijd

Roddelen is zoooo niet van deze tijd

Een veel voorkomend probleem binnen teams is roddelen. Iedereen zegt het af te keuren en iedereen geeft toe zich er wel eens schuldig aan te maken. Moet je dan concluderen dat roddelen er nu eenmaal bij hoort en dat je dit echt nooit kunt uitbannen? Of kun je er met je team een doel van maken? Wij zijn een roddelvrij team.

 

Een mooi thema om eens binnen het team te bespreken. Om je hierbij te helpen heb ik wat gegevens verzameld over roddelen op het werk. En wat tips om met elkaar het roddelen op zijn minst te verminderen.

Roddelen is niet van deze tijd

Betekenis: ‘opzettelijk slechte dingen van iemand vertellen’

De betekenis van roddelen volgens de Dikke van Dale is: ‘opzettelijk slechte dingen van iemand vertellen’
Vaak is de aanleiding een conflict, jaloezie, cultuurverschillen of een wraakactie. Men probeert door te roddelen het eigen falen te verbloemen, de concurrentiestrijd te winnen of zelf op een betere positie te komen. Nu zal het niet altijd zo zwart/wit zijn, maar als je heel eerlijk kijkt naar je eigen motieven om te roddelen, dan klopt het in zeker zin vaak wel. Je roddelt namelijk niet over iemand die je graag mag, of waar je respect voor hebt.
Wandelgangenpraat valt ook onder roddelen. Wanneer er conflicten zijn gaat men eerder over elkaar praten dan met elkaar. En roddelen draagt bij aan tweedeling in het team omdat roddelaars mensen tegen elkaar opzetten. Je hoort erbij of niet. In een team met zogenaamde eilandjes of subgroepjes wordt bijna altijd geroddeld.

Roddelen maakt ziek

Er zijn veel gevallen bekend van mensen die ziek worden omdat zij slachtoffer zijn van roddels op het werk. Roddelen en pestgedrag liggen dichtbij elkaar. Roddelen gaat ten koste van het werkplezier en het zelfvertrouwen. Niet alleen voor het slachtoffer van de roddels. Ook zij die de roddels aanhoren lijden er onder. Zij zijn vaak bang om ook zelf slachtoffer te worden van de roddelcultuur. Er ontstaat een onveilige sfeer in het team. Voor iedereen.

Ook non-verbaal kun je roddelen. Je hoeft niet kwaad te spreken over iemand om toch een gevoel van onveiligheid te creëren. Wanneer je tijdens een teamoverleg iemand smalend aankijkt, je wenkbrauwen optrekt en je ogen ten hemel slaat, is dat genoeg om iemand volledig uit het veld te slaan. Onveiligheid op het werk is voor veel mensen mede oorzaak van een burn-out. Het gevoel er niet bij te horen maakt mensen letterlijk ziek. In een gezonde teamcultuur hoort iedereen er bij.

Over jezelf afroepen

Soms hoor ik het argument dat iemand het min of meer over zichzelf afroept, omdat diegene zich dusdanig gedraagt dat de anderen er wel over gaan praten. Het lijkt een beetje op het argument dat sommige kinderen pestgedrag over zich afroepen op school. Om heel eerlijk te zijn, weet ik niet zo goed hoe je daar goed mee om kunt gaan. Ik denk dat je altijd vanuit je professionele gedrag dient te handelen op je werk. Natuurlijk kun je even stoom afblazen. Emoties horen er bij, maar mogen niet leidend zijn. Het is altijd de moeite waard om met degene met wie je moeite hebt het gesprek aan te gaan. Wanneer je er echt niet uitkomt met elkaar kun je samen hulp zoeken. Daar zijn veel mogelijkheden voor, maar ren niet meteen naar je leidinggevende. Ga het gesprek aan, luister naar de ander en zoek naar openingen om er samen uit te komen.

Over en met elkaar praten

Wanneer je een probleem hebt in de samenwerking met een collega en het zit je echt dwars, dan is het prettig om bij een andere collega te rade te gaan. Je kunt iemand in vertrouwen nemen en jouw probleem bespreken. Tijdens zo’n gesprek praat je over het gedrag van de ander waar jij last van hebt. Je bent op zoek naar een oplossing zodat je weer prettig met elkaar kunt samenwerken. Door met een andere collega van gedachten te wisselen, help je jezelf om het feedbackgesprek voor te bereiden. Het is dus de bedoeling om met de betreffende collega met wie jij moeite hebt, een gesprek hierover te voeren. Hierbij is het belangrijk om met zorg te formuleren, dichtbij jezelf te blijven door de ik-boodschap te gebruiken en respect te hebben voor de ander.

De mores van je team

Samen kun je de mores van je team beïnvloeden. Wanneer je merkt dat men in de praktijk meer over, dan met elkaar praat, dan is het goed om hier eens met elkaar naar te kijken. Niemand wil in een team werken waarin je het risico loopt dat je over de tong gaat; dat geeft een onveilig gevoel. Veiligheid en roddelen in een team gaan niet samen. Houd het roddelen in het team eens tegen het licht en bekijk samen of jullie hier iets aan kunnen doen. En dan gaat het niet over de mate waarin er geroddeld wordt, het gaat er over dát er geroddeld wordt en welk standpunt je hierover als team wilt innemen.

Het begint altijd bij jezelf

Wanneer je met je team besluit om roddelen terug te dringen, het liefst uit te bannen, dan begint dat bij je eigen gedrag. Je zult zelf moeten onderzoeken of en in hoeverre je roddelt. En daarna neem je jezelf voor om te stoppen met praten zodra je merkt dat je aan het roddelen bent. Je kunt ook je collega’s vragen om je scherp te houden en je een seintje te geven zodra je roddelt. Op deze manier kun je er zelf al veel aan doen om het roddelen in het team terug te dringen. Als alle collega’s dit doen, is roddelen binnen de kortste keren geschiedenis. ‘Roddelen is zo niet meer van deze tijd’

Iets is beter dan niets

Iets doen is altijd beter dan niets doen. Ook als het gaat om roddelen in een team. Beter is het om mondjesmaat succes te boeken dan je erbij neer te leggen dat roddelen er nu eenmaal bij hoort. Soms beweert iemand zelfs dat roddelen nu eenmaal in een cultuur hoort waar veel vrouwen werken. De zorg zou dus nummer 1 roddelcultuur moeten zijn. Ik zal dit altijd proberen te bestrijden. Een slechte eigenschap koppelen aan geslacht is wat mij betreft ontoelaatbaar.


Mannen kunnen multitasken en vrouwen kunnen zorgen voor een roddelvrije werkomgeving. 🙂

Wil je meer weten over de mogelijkheden?

Neem contact op voor een vrijblijvende kennismaking.